Is grote broer nu gek geworden?

Snapshot_20140924_7

Wat betekent Trump voor Europa en de wereld? Dat is de grote vraag die de economen bezighoudt.

De verwachting is dat door Trumps protectionistische houding Amerika zich terugtrekt op het eigen eiland. Trump wil handelsverdragen opzeggen, de productie uit de lagelonenlanden terughalen naar de States om zo werkgelegenheid op de binnenlandse markt te creëren. Tegelijkertijd wil hij de belastingdruk voor het bedrijfsleven beperken. Hij denkt daarmee een doekje voor het bloeden aan te bieden vanwege de stijgende loonkosten ontstaan uit die toegenomen binnenlandse productie. Verder wil hij de overheid flink laten investeren in infrastructurele projecten. Dat zal de druk op de kapitaalmarkt doen toenemen, vandaar dat die markt al gereageerd heeft met hogere rentepercentages. De verwachting is dat die rente zelfs nog zal stijgen wanneer Trump zijn plannen echt ten uitvoer brengt, en die kans is groot omdat de Republikeinen een meerderheid hebben in de Senaat en in het Huis van Afgevaardigden en bovendien heeft Trump de rechterlijke macht mee. Wie houdt hem nog tegen?

Al met al nog zo gek niet zullen veel economen roepen. Het bedrijfsleven krijgt een enorme injectie, er is voor iedereen werk, de beurzen zullen stijgen en er zal weer inflatie ontstaan, dus de schulden van vandaag kunnen morgen met een in waarde gedaalde munt terugbetaald worden. De jaren zeventig keren weer en er zal van grote welvaart sprake zijn.

Of deze synthese waar of niet waar is, in beide gevallen is het essentieel dat Europa  een eigen koers gaat varen en niet al te zeer de hand van grote broer Amerika blijft vasthouden. Ook Europa zou er goed aan doen zich te verenigen en eraan moeten wennen dat ze op meerdere terreinen hun eigen broek moeten ophouden. Europa moet stoppen met onderling te ruziën. Europa zal op het gebied van IT, defensie, alsook op economisch terrein, zich moeten losweken van grote broer Amerika. Dat betekent dat Europa er niet aan ontkomt de huidige economische groei te besteden aan een inhaalslag. Europese overheden zullen samen met het bedrijfsleven moeten investeren, waardoor de druk op de kapitaalmarkt ook vanuit Europese zijde zal toenemen en de rente een opwaartse lijn zal vertonen. Wanneer dat gepaard gaat met een toename van de bedrijvigheid binnen Europa zal de werkeloosheid afnemen. Laat Europa de toegenomen productie over aan lagelonenlanden als China, die op niet al te lange termijn die status zal verliezen, omdat de Chinezen ook zelf hun eigen producten gaan consumeren en niet langer bereid zijn tegen een hongerloon en onder barre arbeidsomstandigheden producten te maken voor de ‘rijke westerling’.
Hoe het ook zij, Europa moet eindelijk op zichzelf gaan wonen. Mooi, dat zijn nu dus al twee continenten die zich terugtrekken uit de globalisering. Probleem opgelost en iedereen leefde nog lang en gelukkig.
Was het maar zo simpel, want wat moeten we aan met het Midden Oosten? En wat met Rusland? En wat met Turkije?

Wegkijken is de slechtste optie. Het probleem van de pensioenfondsen is weliswaar even opgelost omdat ze hebben geprofiteerd van de stijgende rente en de hogere beurskoersen. Het enige wat hen nog kan bedreigen is oorlog, en natuurlijk Trump, want die zit inmiddels tegen een enorme staatsschuld aan te kijken waardoor zijn opvolger drastische maatregelen moet nemen om het schip niet te laten ondergaan. Amerika zal in een crisis terechtkomen die zijn weerga niet kent.

Als Europa zich inderdaad tijdig heeft teruggetrokken uit de States, ook met de aldaar gevestigde bedrijven zal die crisis niet zo hevig overwaaien als in 2008. En wanneer ook de pensioenfondsen zich hebben losgeweekt van de vermogensbeheerders daar in het land van de onbegrensde mogelijkheden aan de andere zijde van de oceaan, blijft het overwaai-effect beperkt. De vraag is of de lokale overheden en de centrale Europese overheid erin slagen de bevolking van de noodzaak te overtuigen dat de jaren van wederopbouw, waarin iedereen eensgezind offers moet brengen, nodig zijn om te overleven. Zo niet, dan waait net zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw en als in 2008 de onafwendbare Amerikaanse crisis opnieuw in z’n volle omvang over naar het Europese continent.

Kom ik terug op de eerder genoemde losse eindjes. We mogen hopen dat de Europese Unie zo verstandig geweest is de betrekkingen met Rusland te normaliseren, met name om de machtsverhouding ten opzichte van Turkije te egaliseren. Want de werkelijke dreiging komt niet uit het Midden Oosten, maar veeleer uit Turkije. Wanneer men daar de oorlogsmachine op volle toeren laat draaien zijn conflicten niet ondenkbaar. Er zou zomaar een kruisraketje de verkeerde richting uit kunnen vliegen. Dus ook naar Turkije zal een leger Frans Timmermansen gestuurd moeten worden om escalatie te voorkomen. Tevens moeten we gezamenlijk sterker eensgezind stelling nemen met betrekking tot de conflicten in het Midden Oosten, zonder al te zeer rekening te houden met Amerika.

Mijn utopische denkwijze zal naar alle waarschijnlijkheid niet bewaarheid worden. De verwachting dat het Trumpisme op korte termijn lijkt te werken, maar op de langere termijn desastreus zal zijn en het hardleerse mokkende kleutertje Europa opnieuw zal meetrekken in een crisis die zijn weerga niet kent, zal dichter bij de waarheid liggen.

Europa wordt wakker, linksom of rechtsom. Het is twee voor twaalf. Durf op eigen benen te staan. Met z’n allen de schouders eronder, broekriem aan is het devies. Begin eindelijk aan die wederopbouw van na WO 2. Op naar duurzaamheid is de leus voor de toekomst. Grote broer Amerika is zinkende. Laat los. Zij laten ons ook los. En ja, dat doet pijn. Maar… wie weet valt het mee.

Advertenties

Zonder woorden

1.45-blauwe-wolken

‘Kan ik u helpen?’ vroeg ze. De oude man schuifelde wat bedremmeld naar voren. Even schrok ze van de intense droefheid in het doorploegde gelaat. Ze herinnerde zich hem nog wel. Nog geen week geleden had hij eerst met zorg het gouden bedelarmbandje uitgezocht en daarna  zorgvuldig bedeltje voor bedeltje erbij gezocht. ‘Het mocht wat kosten voor de kleine meid’, had hij trots gezegd.
Bijna schuchter grabbelde de man in zijn jaszak en haalde het blauw fluwelen doosje tevoorschijn. Bij het openen beefden zijn handen. Hij zette het geopende doosje voor haar op de toonbank neer. Even gleed zijn betraande blik vertederd over het kostbare kleinood, dan keek hij naar haar op. Ze voelde zijn innerlijke strijd. Een koude rilling bekroop haar. In zijn diep bedroefde ogen las ze zijn verhaal ook zonder woorden.
‘U komt het terugbrengen, hè,’ zei ze bijna fluisterend.
De man haalde zijn neus op, veegde met de rug van zijn hand de tranen van zijn wang, zuchtte toen diep en gaf haar een berustend knikje. ‘Ze heeft het nooit mogen dragen,’ zei hij zacht. ‘Vandaag zou ze jarig zijn ziet u… Gister op haar fietsje… Die vrachtwagen…’
Diep getroffen nam ze zijn hand in de hare en voelde de pijn. Toen ze na een tijdje zijn hand losliet, zich omdraaide, naar de kassa liep om hem het geld terug te geven en weer terugliep, was hij opeens verdwenen. Ze haastte zich naar de deur. ‘Uw geld. U krijgt uw geld nog terug!’ riep ze terwijl ze hem achterna rende. Ze greep hem bij zijn arm.
De gebroken man hief zijn gebogen hoofd en keek haar wazig aan, alsof hij haar niet kende.
‘Uw geld.’
Met een mismoedig wegwerpgebaar liet hij haar verbijsterd achter.

Het kille doodskleed #recensies

hkd_boeken

5e roman oktober 2016

Niet alle recensies zijn volledig getoond: klik voor een volledige weergave op de rode link.

Eva Krap (boekverslinders)

Van Robert Thomson mocht ik zijn nieuwe roman, Het kille doodskleed, voor jullie recenseren. Al eerder las ik het werk van Robert en wat mij vooral opvalt (en zeer blij maakt) is dat hij op diepgaande wijze de psyche van zijn personages doorgrondt en met je deelt. Hierdoor ontstaan stuk voor stuk verhalen die je bij de keel grijpen en tot leven komen. Ze spelen zich niet alleen als een soort film voor je af, maar weten je tot in elke vezel te raken. Hierdoor is het meer doorleven dan als een buitenstaander meekijken.

Met Het kille doodskleed is dit niet anders. In dit verhaal maken we opnieuw kennis met Puck (zij kwam ook voor in zijn boek: Een onverwachte erfenis). Ditmaal een heel andere kant zelfs. Daarom is dit boek prima op zichzelf te lezen.
Na het erven van een grote som geld van haar oom wordt al snel duidelijk dat geld niet gelukkig maakt en het je problemen niet oplost. Ondanks dat ze haar baan en het dorp waar ze woonachtig was heeft ingeruild voor een tweede huis aan de Côte d’ Azur, zijn er een aantal noodlottige gebeurtenissen die tot deze keuze hebben geleid. Zo is er een wraakzuchtige neef die uit is op haar miljoenen. Ook hier komt een personage uit Robert zijn eerdere werk voor, namelijk Willem, de grote liefde van Puck. Maar dan treft het noodlot hem. Door een kogel raakt hij in coma en komt terecht in het instituut Sparrenbos, waar ooit haar oom verbleef. Het verleden dat ze zo graag wilde ontvluchten lijkt haar opnieuw te achtervolgen. Vooral als ze tijdens een wandeling in het bos, waarbij ze haar gedachten wil ordenen, zelf bijna omkomt in een sneeuwstorm.

Op advies van haar psychiater vertrekt ze naar haar tweede huis aan de Côte ‘d Azur om alles te verwerken, op een rijtje te zetten en haar leven in rustiger vaarwater te brengen. Mede uit schuldgevoel en vanuit liefde voor Willem, koopt ze een villa om hem daar te verplegen. Tot ze verliefd wordt op haar makelaar en met hem trouwt. Vanaf dat moment leidt Puck een dubbelleven dat Robert op uitmuntende wijze weet te omschrijven. Haar morele spagaat, haar verlangen naar rust, maar ook haar verleden en daaruit voortvloeiende psychische trauma’s die haar blijven achtervolgen. Hierdoor is een ontroerende en boeiende roman ontstaan over hoe bepaalde keuzes en gebeurtenissen je leven beïnvloeden. En hoe daarmee om te gaan. Lukt het Puck om het kille doodskleed voor eens en voor altijd af te werpen en haar verleden een plek te geven of haalt het heden haar in?

Normaal ben ik niet van de romans, maar toch weet Robert te raken. Dit komt mede omdat hij nietsontziend is voor zijn personages en het niet schuwt om veel spanning aan te brengen in het verhaal. Verwacht dus beslist geen standaard roman met veel romantiek en ‘ze leven nog lang en gelukkig’. Robert heeft met Het kille doodskleed een eerlijk en rauw verhaal te vertellen, dat aanzet tot nadenken. En zo zie ik persoonlijk boeken graag. Wat mij betreft dus zeker een aanrader.

Esra bij Bruna (vijf sterren *****)

Geweldig boek

Dit is de 5e roman die ik van Robert Thomson lees en weer ben ik enthousiast. Het kille doodskleed is het vervolg op zijn debuutroman Een onverwachte erfenis, maar het is als een los verhaal te lezen. Omdat ik ze allebei gelezen heb kan ik wel stellen dat het karakter van Puck weer puik naar voren komt. Thomson schuwt het drama niet. Met weer prachtige zinnen weet de auteur gestalte te geven aan de gevoelswereld van Puck. De scènes in het Verpleegtehuis voor demente bejaarden zijn niet alleen invoelend, maar ook soms hilarisch. Ook in deze roman lees je tussen de regels door waar het in het leven werkelijk om gaat. Dat is knap gedaan, vooral omdat het zoals ik van deze schrijver gewend ben het in een zeer vlotte stijl wordt neergezet, alsof het hem geen enkele moeite kost. Zo naturel, maar ondertussen zit er een diepe gelaagdheid in het verhaal. Ik zou het bijna een psychologische roman willen noemen. Thomson bezit de eigenschap in enkele woorden iets treffend neer te zetten zodat het bij je binnenkomt. Ook het contrast tussen het mondaine leven aan de Franse Zuidkust en het ingetogen Achterhoekse dorpje komt prachtig uit de verf. De wanhoop van Puck die kiest voor een leven aan de Côte d’Azur, maar ook hangt aan het leven in de Achterhoek, waar ze haar vriendinnen heeft en Willem niet te vergeten wordt mooi weergegeven. Ik zou het verhaal alsvolgt willen omschrijven. Thomson begint luchtig, bijna frivool, langzaam, bijna sluipend voel je een hand om je keel, dan merk je dat je het steeds benauwder krijgt, en net als je denkt dat je stikt krijg je weer wat lucht. Mooie opbouw en ja hoor het eind is weer op zijn Thomsons. Verrassend!
Weer een dikke vijf sterren. Ik hoop echt dat hij doorgaat en nummer 6 niet te lang op zich laat wachten.

Heidi de Jonge-Rutgers – o.a. op Hebban (vier sterren ****)

Een levensechte roman met actuele thema’s

Wat ik van dit verhaal vind: Het kille doodskleed is het tweede boek wat ik van Robert Thomson lees, de eerste, “De offerschalen van Satan,” was er één die me lang bij is gebleven.
Normaal lees ik nooit romans, maar voor Robert Thomson maak ik echt een uitzondering.
Als ik de cover bekijk, zie ik een vrouw staan in een zwart jurkje, ze heeft een angstige verwarde blik in haar ogen, zou dit Puck, de hoofdpersonage uit het verhaal zijn?
Het verhaal gaat van start met een echte meisjesdroom, Puck een tikkeltje eenzame dertiger, maakt een financiële klapper en lijkt vanaf dat moment onbezorgd door het leven te kunnen gaan.
Dit is echter helemaal niet het geval en het ongeluk lijkt haar vanaf dan te achtervolgen.
Ik kreeg het echt met haar te doen en heb me meerdere keren afgevraagd of geld wel gelukkig maakt.
De schrijfstijl van Robert Thomson is prettig leesbaar, met levensechte dialogen, die zelfs in het dialect geschreven zijn, word je echt het verhaal ingezogen en ben je benieuwd of Puck ooit nog een “normaal” leven gaat krijgen.
Ook worden actuele thema’s zoals de wantoestanden van mensen die in de zorg werken, zoals de zware arbeid die ze verrichten tegen het lage salaris aangehaald. Tevens wordt het leven in een instelling voor mensen met dementie realistisch neergezet.
Ik heb echt van deze roman, waarbij Puck een zoektocht naar zichzelf ondergaat maar ook leert loslaten, angst voelt en hoop houdt genoten.
Goed e’doan!

“ Deze gespletenheid verwarde me zodanig dat mijn erotische honger verkilde in radeloze twijfel.”

“ Rode wolken krioelden als een wilde zee voor mijn ogen. Na een tijdje werd het zwart en was ik er niet meer.”

Samenvatting: Robert Thomson heeft met, “Het kille doodskleed,” een levensechte roman geschreven, waarbij actuele thema’s samen met wijze levenslessen prachtig gematcht worden.

Waardering:
Plot:4
Schrijfstijl:4
Orginaliteit:4
Psychologie:4
Leesplezier:4

4 sterren voor, ‘ Het kille doodskleed.’
Heidi

Knutselkluis bij Bol.com (vijf sterren *****)

Ademloos

Met veel plezier heb ik dit vijfde boek van Robert Thomson gelezen. Zijn makkelijke schrijfwijze maakt het onmogelijk om het boek weg te leggen, ik heb het in een adem uitgelezen. Zijn beschrijving van de personages doet ze tot leven komen, en het is hierbij onmogelijk om niet in de gevoelens van de hoofdpersoon te verdrinken. Ademloos.

Patricia op Hebban (vijf sterren *****)

Steengoed boek

Ik heb alle boeken van deze auteur gelezen. Het Kille doodskleed was opnieuw een heerlijke leeservaring. Wat kan die schrijver goed een gevoel overbrengen. Ik had gedacht dat na De offerschalen van Satan er niet meer in zat, maar niets is minder waar. Robert Thomson bezit de eigenschap om in een vloeiende makkelijk leesbare stijl een verhaal neer te zetten dat bij je binnenkomt en over zoveel meer gaat dan er ogenschijnlijk staat geschreven.
Een dikke aanrader en een must read.

Leesdame Luna (vier sterren ****)

De eigenzinnige Robert Thomson heeft weer een nieuwe roman: ‘Het kille doodskleed’. Ik was een beetje huiverig, want dit was een vervolg op ‘Een onverwachte erfenis’ en hoofdpersoon Puck was nou niet echt mijn favoriete hoofdpersoon. Maar nieuw boek, nieuwe kansen!

Puck Scheltinga van Beuningen heeft miljoenen geërfd van haar oom. Haar baan in het bankwezen heeft ze vaarwel gezegd en ze woont nu in het dorpje IJsseldijk. Het leven in het Achterhoekse dorpje, de oprechte buren en de leegte van de boerderij hebben van Puck een gevoelige vrouw gemaakt.

Maar Puck is niet gelukkig, er lijkt een kleed van kilte en dood om haar schouders te hangen. Een rustig leventje mag Puck blijkbaar niet leiden. Een wraakzuchtige neef die het voorzien heeft op Puck en op de erfenis. Een heftige ontvoering volgt, eveneens de reddingsactie. Gelukkig is daar Willem weer… Puck’s grote liefde, maar ook hij wordt getroffen door het noodlot. Door een kogel raakt hij in coma en komt hij terecht op Sparrenbos. De plek die Puck ontelbaar keer bezocht voor haar oom.

Puck zelf overleeft ternauwernood een sneeuwstorm in het bos. Onderkoeld, half bevroren en met ernstige huiddefecten komt ze in het ziekenhuis terecht. Een herstel volgt. Om haar leven in rustige banen te krijgen besluit ze een tweede huis aan de Côte d’ Azur te kopen en om daar Willem laat ook te gaan verplegen. Eenmaal daar ontmoet ze makelaar Hein en de vonken springen over. Puck leeft ineens in twee werelden… De dorpse wereld in de Achterhoek, waar haar grote liefde Willem apathisch in bed doorbrengt. En de andere wereld kenmerkt zich met decadentie en haar andere grote liefde: Hein. Maakt geld gelukkig? En hoe vaak zal Puck het kille doodskleed om haar schouders blijven voelen?

‘Het kille doodskleed’ is een heel druk boek en dat verveelt niet. Het is makkelijk leesbaar en nergens wordt het saai. Robert duwt zijn personage Puck vaak diep in het ongeluk, maar trekt haar ook letterlijk en figuurlijk zwevend terug de lucht in. Rode draad in het boek is de duizelingwekkende hoge erfenis, Puck zwemt in de miljoenen, ze koopt wat ze wil kopen. Maar maakt dit het leven gelukkiger? Nee… Robert laat zien dat het leven weliswaar makkelijker met geld kan zijn, maar dat échte gevoelens niet te koop zijn. Dat de waarde van vriendschappen en oprechte liefde onbetaalbaar is.

Dat Robert een eigenzinnige schrijfstijl heeft, dat wist ik al. In ‘Het kille doodskleed’ is dit niet anders. Mooie pareltjes, zoals:  ‘In de ban van de illustere eeuwigheidswaarde die uit het ven omhoog steeg en de omgeving bezwangerde, zat ik hier ook vaak vroeg in de ochtend als het nog nevelig was.’  Tegenover ietwat platte zinnen als: ‘Ik moest onbedaarlijk lachen, duwde mijn kleine tietjes op en bekeek ze.’ En zo zijn er wel meer platte zinnen waarin gesproken wordt over piemels, leuters, blote billen en in je blootje lopen. Nou ben ik niet preuts ;) en ik begrijp best dat Puck graag in haar eigen huis ‘in haar blootje’ wil lopen, maar ik vond het toch een beetje storend dat dit extra benadrukt moest worden in platte bewoordingen. Het stak nogal af tegen de mooi gestileerde zinnen.

Het boek stuitert van het ene uiterste naar het andere uiterste. Leven met miljoenen op de bank is uiteraard een avontuurlijk leven. Maar ook een leven met pijn, tegenslag, verdriet, rouw en vertrouwen. Puck is een fijner mens geworden, ze is gevoelig, soms een beetje te gevoelig en theatraal, maar gelukkig niet meer de bitch die ze was in het eerste boek. Dat was toch wel een opluchting!

De perfecte buren (*** sterren en *** +1/2 ster (magertjes hoor))

Conclusie

Patrice; Hoe kan het toch, wanneer alles mee lijkt te zitten, dat je toch achtervolgd wordt door pech. Wat doet dat met je als mens als die pech echt buitenproportionele omvang aanneemt? Hoe lang blijf je dan positief gestemd, tot hoever reikt jouw incasseringsvermogen? Puck wordt heen en weer geslingerd door emoties en daar komt geen eind aan.

Nancy; Dit is het tweede boek dat ik lees van deze auteur. Zijn vorige ‘De offerschalen van Satan’ had me heel erg aangegrepen en ik was heel nieuwsgierig of hij met dit boek mij terug kon bekoren. Dit boek is voor mij echt heel apart. Ik had eigenlijk meer het gevoel dat ik een thriller zat te lezen i.p.v. een roman. Al die vreselijke dingen die Puck tegenkomt kwamen bij mij heel bizar over. Hoeveel pech, verschrikkingen kun je meemaken in een mensenleven? Op een gegeven moment dacht ik dat het geluk haar nu wel zou toelachen maar niets is minder waar. Het verdriet blijft haar achtervolgen en het is alsof ze niet uit haar ‘doodskleed’ geraakt. Op den duur had je werkelijk het gevoel dat er om de weerga weer iemand het loodje ging leggen. Dit op zich vond ik op het einde echter een beetje teveel van het goede.

Patrice; Wanneer geldt pech als een reden om ongelukkig te worden en hoe ga je daar mee om? Deze aspecten legt Thomson tentoongesteld aan zijn lezers voor. Puck lijkt voor het ongeluk geboren te zijn terwijl ze op papier alles mee zou moeten hebben. Het is precies dat wat je aan het denken zet. Ieder mens kent wel fases in het leven dat het even niet lekker gaat, dat er tegenslag op je pad komt. Maar Puck lijkt na de erfenis van de boerderij gedoemd te zijn en wordt vergezeld door pech, verdriet en teleurstelling. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het wel heel veel is wat op Pucks padje komt. De geloofwaardigheid van het verhaal komt in het geding wanneer het maar blijft voortduren en je gaat gokken wat er nu als volgende gaat komen, het werd een beetje voorspelbaar op een gegeven moment. En dat is best jammer.

Nancy; Ik heb echt te doen gehad met het hoofdpersonage. Robert weet als geen ander hoe je gevoelens op papier moet zetten. Hoe ze steeds andere dingen meemaakt en hoe ze telkens terug uit een diep dal moet klimmen. De vele schuldgevoelens die ze heeft en de beslissingen die ze neemt zijn soms echt verwonderlijk te noemen. Verliefdheid is in dit verhaal ook een grote factor wat soms bij mij de wenkbrauwen deed fronsen wat ze deed en hoe ze over alles dacht. De bijpersonages mogen ook niet vergeten worden, voor deze ook veel bewondering. Robert heeft in dit boek veel personages gestoken en allen hebben een bepaalde relatie met Puck. Het is niet allemaal kommer en kwel en af en toe is Puck gelukkig en komen er ook erotische scenes in.

Patrice; Wat heel goed is aan de boeken van Thomson is dat hij het niet schuwt om maatschappelijke aspecten zoals de mankementen in de zorg, het falende bankwezen of haperende bureaucratie ter sprake te brengen. Hij doet dat met een elan waar hij gevoelsmatig overal mee weg komt. Thomson gaat het niet uit de weg om pittige kritiek te uiten. Ook humor is hem niet vreemd. Een vette knipoog zo nu en dan zorgt voor luchtige momenten. Het dialect dat in het boek voorkomt is ronduit grappig en geeft het verhaal een gezonde dosis realiteit mee want in de Achterhoek spreekt men op het platteland geen ABN.

Nancy; Robert heeft een hele vlotte en leuke schrijfstijl die je geboeid houdt tot aan het einde van het verhaal. Weeral heel wat nieuwe en leuke woordjes die ik als Vlaamse niet ken zoals ‘apengatje’ en ‘netsukes’. Die Japanse beeldjes kun je trouwens op zijn website zien!

Wat ik ook kostelijk vond was het taaltje dat ze in het boek spreken. Het Achterhoeks, dat wel zeer plat is. Ik heb er enorm mee moeten lachen ook al moest ik sommige zinnen tot drie keer toe lezen. Heerlijk!

Patrice; Het kille doodskleed is een roman met een behoorlijke dosis extreme emoties en het boek kent met vlagen ook behoorlijk wat spannende momenten. Wat Thomson heel goed doet, en dat is in eerdere boeken ook zo, is dat hij zijn personages heel menselijk en echt neerzet. Hierdoor zijn ze allesbehalve oppervlakkig en daarmee herkenbaar als medemens. De schrijfstijl van Thomson is gemakkelijk en laagdrempelig, vlot om te lezen. Hij heeft een bepaalde manier van doen, waardoor je gefascineerd blijft. Na zijn vorige boek, De offerschalen van Satan, lag de lat behoorlijk hoog.

Nancy; Ik ontdekte ook een stuk van autobiografie in Roberts verhaal en met dit bedoel ik de onderwerpen zoals bedreigingen, Cambodja en crimineel gedrag. Degenen die het blogstukje van Robert hebben gelezen zullen wel weten waar ik het over heb.

Ook dementie komt aan bod, hij laat ons zien hoe het er in een rusthuis aan toe gaat. Hoe het personeel met de patiënten omgaat en daar weet hij ook een leuke draai aan te geven qua humor. Tussen de regels door lees je hier ook wel dat dit een gevoelig onderwerp is voor hem.

Patrice; Met dit verhaal heeft Thomson opnieuw een lekker boek geschreven maar gevoelsmatig haalt het het niet qua spanning en intrige bij De offerschalen van satan. En dat geeft natuurlijk niets want dit is ook weer een ander boek met een ander verhaal. Een welgemeende tip: geef niet zoveel informatie weg op de flaptekst. Die bevat in dit geval nogal wat belangrijke gegevens en het is jammer dat de lezer op voorhand al weet wat de grote lijnen in het verhaal gaan zijn.

Nancy; Waar Robert ook heel nadrukkelijk over spreekt en dingen die hij niet uit de weg gaat zijn volgende onderwerpen: de bankcrisis, corrupte politici en voornamelijk de zorg. En hij steekt het ook niet onder stoelen of banken wat de zorgsector inhoudt deze dagen; de vele besparingen die er gedaan worden op personeel e.a. zodat er geen gedegen zorg meer is, en vooral bewondering voor de mensen die in deze sector werken.

Patrice; Doordat de gebeurtenissen op een bepaald moment iets voorspelbaar worden en het blijven hangen van Puck in het bewustzijn, en vooral veelvuldig uitspreken, van haar gigantische rijkdom waren er momenten dat het verhaal niet pakkend bleef. Daar tegenover staan de mooie momenten met haar vrienden, de mensen in het instituut, de kleine dingen in het leven van een dementerende en de pure contacten die daaruit voortvloeien. Soms zorgend voor een brok in de keel.

Wemmie Wolf bij Bol.com en Bruna (vier sterren ****)

Garantie voor aangenaam leesplezier

Het kille doodskleed is een zelfstandig te lezen deel over Puck die een onverwachte erfenis heeft gekregen. Dit was al te lezen in de gelijknamige roman, een onverwachte erfenis. Na de erfenis zegt Puck haar baan bij de bank op en gaat in de boerderij van haar oom wonen. Het wonen op het Achterhoekse platteland bevalt Puck erg goed. Ze kan het goed vinden met de mensen uit de buurt en ze wordt een graag geziene gast in Sparrenbos, het verpleeghuis waar haar oom zijn laatste dagen sleet.
Puck blijkt na de verkoop van enkele schilderijen over heel wat geld te beschikken zodat ze zich nooit meer zorgen hoeft te maken over een baan en een inkomen.
Bij de boerderij worden huizen gebouwd, niet iets om over te juichen maar Puck schikt zich in haar lot en kan het later zelfs goed vinden met Klaas Brunink, de projectontwikkelaar.
Tijdens de periode dat ze in het dorp IJsseldijk verblijft krijgt ze te maken met het verlies van een aantal dierbaren. Ze heeft het idee dat door het aanvaarden van de erfenis er een kil doodskleed aan haar kleeft.
Puck worstelt als single met haar seksuele gevoelens, na de verkoop van haar schilderijen beleeft ze een amoureus avontuur met een sjeik. Hiervoor beschouwde ze zich als een koele kikker. Ook is ze nieuwsgierig naar de vrouwenliefde maar er doet zich geen situatie voor om dit in de praktijk te brengen.
Willem wordt haar grote liefde, een globetrotter die moeite heeft met zich definitief binden. Hij helpt Puck bij het verwerken van een traumatische ervaring maar kort daarna wordt hij slachtoffer van een aanslag. Hij raakt in een coma en zal de rest van zijn leven in vegetatieve toestand blijven leven.
Puck wil haar leven op orde brengen en tijdens een boswandeling raakt ze de weg kwijt, het loopt op het nippertje goed af. Ze houdt restverschijnselen over en haar psychiater raadt haar aan om de zon op te zoeken. Dit bevalt zo goed dat ze er een huis gaat kopen.
Dit is in vogelvlucht het totaal andere leven dat Puck gaat leiden. Aan geld geen gebrek terwijl het lijkt alsof Puck daar niets om geeft. Het geeft haar wel de mogelijkheid om voor weldoener te spelen.
Een roman met een aantal spannende momenten, hier en daar een seksueel tintje en veel vaart.
Het leest bijzonder vlot door de aangename schrijfstijl. Zijn boeken slaan aan bij een groot publiek. Er komen wel vreemde minder gangbare woorden in voor en soms ook woorden die niet te vinden zijn in het woordenboek.
Het boek krijgt van mij 3.5 sterren, op een gegeven moment vond ik het decadente leven van Puck iets te veel van het goede. Neemt niet weg dat het een heerlijk boek is wat voor wat aangename leesuren zorgt.

En dan is het voorbij

1.45-blauwe-wolken

(dinsdag 5-7-2016) Het leven om hem heen gaat gewoon zijn eigen gang, hij doet er niet meer toe. Ja, hij leeft wel mee, maar of hij er nou is of niet, is niet meer van belang. Hij neemt alleen nog een plek in, scharrelt wat in huis rond, doet dingen die er eveneens niet meer toe doen. Hij vindt ze leuk en daarom doet hij ze. Als hij eerlijk is wanneer hij zichzelf in de spiegel bekijkt, moet hij toegeven dat hij een vreemde ziet. ‘Ben ik dat?’ mompelt hij. ‘Goh’.
‘Wat voor dag is het vandaag? Ach wat doet het er toe.’ Elke dag is tenslotte hetzelfde: ’s ochtends opstaan, ontbijtje, pillen slikken, de deur uit met rollator om boodschapjes te halen, en dan thuis de dag maar weer zien door te komen met tv-kijken. Tegen zessen opgewarmde maaltijd van de Indische winkel naar binnen werken, afwas doen en maar weer tv-kijken, tot zijn ogen dichtvallen. Ook op deze novemberavond gaat hij zoals gewoonlijk met de traplift naar boven. In bed strijkt hij even over het kussen in het lege bed naast hem. Twee jaar alweer.

Maar die ochtend wordt hij anders wakker dan op alle andere ochtenden. Het liefst was hij helemaal niet wakker geworden, en maar door blijven dromen, over haar. De diepe harmonie en de warmte van haar aanwezigheid draagt hij nog bij zich. ‘Nee, niet weggaan! Blijf! Neem me mee?’ Hij zou het uit willen schreeuwen. Even was hij niet alleen, even was zij weer bij hem. ‘Goh, wat voelde dat vertrouwd.’

Vervult van een innerlijk weten staat hij op. Gek genoeg bezorgt het hem een vredige sensatie. Een sensatie die hem doet berusten in al wat komen gaat. Wanneer hij eindelijk beneden komt, schuifelt hij naar de vestibule, raapt de krant op van de mat, haalt de voordeur van het nachtslot en zet de kierstandhouder los, anders kunnen ze er niet in. Hij loopt naar zijn stoel bij het raam. Buiten jaagt een gure herfstwind donkere wolken langs het grauwe hemeldak. God wat is hij moe, zo ontzettend moe. Hij is te moe om zelfs de krant op te rapen die uit zijn hand is gevallen.

Ergens ver weg hoort hij een bel. Langzaam dringt het tot hem door dat het de bel van de voordeur is. Hij opent zijn ogen. De kamer, door het sombere weer halfduister, is nu in een helder licht gehuld. Het bellen houdt niet op, onafgebroken blijft het aanhouden. Verwonderd staat hij uit zijn stoel op. Zo mooi licht is het nog nooit geweest in de oude woning. De kleuren lijken opeens meer uitgesproken en harmonieuzer. Hij loopt naar de vestibule, opent de voordeur, maar hij ziet niemand staan. Even moet hij wennen aan het warme, heldere licht dat zich als een lichtkoker vanuit zijn huis naar buiten priemt. Hij kan de overkant van de straat niet eens meer zien. Dan ontwaart hij aan het eind van de tunnel een gestalte. Opeens is het alsof hij in het licht wordt opgenomen en in razende vaart wordt opgezogen. Hij houdt zijn blik strak gericht op de gestalte ver boven hem aan het einde van de lichtschacht. Ze lijkt hem te wenken. ‘Het is goed zo… Kom maar…’ Ze strekt haar hand naar hem uit.

Pensioen ho maar

 

De pensioenexperts weten het allemaal zo goed. In praatprogramma’s worden heftige discussies gevoerd over de houdbaarheid van ons pensioenstelsel. Uitgangspunt is de steeds lagere rente, de vergrijzing, het flexwerken en jobhoppen. In Buitenhof wist een jong geëxalteerd hitje van amper 25 te vertellen dat een steeds grotere groep jongeren helemaal geen pensioen opbouwt omdat ze te een te korte periode bij een werkgever werken om überhaupt in een pensioenfonds of pensioenverzekering te worden opgenomen. Als dat zo is, waar maken die zogenaamde pensioenexperts zich dan druk over. Dan hoeft een pensioenfonds hen toch ook niet uit te betalen, en is het toch ook niet erg als dan de pot leeg is!

Onzin natuurlijk, zo mag je niet denken. Wat ik maar wil aantonen is dat ze zichzelf tegenspreken. Bovendien beoordelen ze een periode van pakweg 40 jaar op basis van de huidige waan van de dag. Wie zegt dat de rente altijd zo laag blijft? Het is niet ons pensioenstelsel dat ineens slecht geworden is, maar de arbeidsmarkt. En het is maar zeer de vraag of ons pensioenstelsel dat tot de top 3 van de beste pensioenstelsels ter wereld behoort, aangepakt moet worden. Waar de Jetta Klijnsma’s  en de Lodewijks Aschers  van deze wereld veel eerder aan zouden moeten werken is het socialiseren van de arbeidsmarkt

Wat bedoel ik daarmee. Om te beginnen moet er een pensioenplicht voor elk bedrijf komen. Mocht een bedrijf niet over een eigen pensioenfonds beschikken of aangesloten zijn bij een pensioenfonds van de bedrijfssector, dan zou het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) haar deuren moeten openen. De verminderde fiscale aftrek van de pensioenpremie moet worden verruimd in plaats van te worden ingeperkt. Daardoor kunnen de pensioenpremies stijgen zonder dat werknemers er de dupe van worden.

De ogen sluiten voor de golf jongeren die aan het einde van hun werkzame periode geen pensioen heeft opgebouwd, is wegkijken van het werkelijke probleem. Enerzijds roepen dat de AOW onbetaalbaar wordt en anderzijds een steeds grotere groep creëren die straks geen ander inkomen heeft dán die AOW,  getuigt van weinig realiteitszin. Hoog tijd voor pragmatische oplossingen, hoog tijd dat de jongeren zich organiseren via een vakbond om de oplopende schade te beperken. Dat er al een verloren generatie is ontstaan is al erg genoeg.

We moeten ervoor waken dat politici zich niet laten leiden door de waan van de dag en goed opgebouwde stelsels, zoals ons pensioenstelsel, de nek omdraaien op basis van verkeerde analyses, een gebrek aan inzicht en een gebrek aan intellect. Ook de media zijn niet vrij van het verspreiden van populistische doemscenario’s, waarbij geheel onterecht het ABP als maatstaf voor de totale pensioensector wordt beschouwd. Wanneer de overheid niet 30 miljard uit de kas had gestolen zou het fonds de problemen van nu niet gekend hebben.

We moeten werken aan een eerlijker verdeling tussen beloning op arbeid en rendement op kapitaal, oftewel een eerlijker verdeling van dat kapitaal. Daardoor kunnen de lasten voor onder andere de oudedagsvoorziening beter opgebracht worden.

Om de probleemgolf die op ons afkomt beter het hoofd te kunnen bieden zou men een begin moeten maken in de loop van de komende jaren met de invoer van een basisinkomen voor iedereen. Dat kan natuurlijk niet van vandaag op morgen, maar voorsorteren en een klein begin is zeker gewenst. Uiteraard zijn daarvoor tal van andere  hervormingsmaatregelen nodig, waarvan er een aantal eerst ingevoerd moet worden. Daar op ingaan voert voor nu te ver. Waar ik in dit stuk op wil wijzen is dat het probleem van de jongeren zonder pensioen niet aan ons pensioenstelsel ligt, maar door de veranderde arbeidsmarkt en het veranderde arbeidsethos is ontstaan.  Adequaat handelen en werken aan een nieuw economisch stelsel is een bittere noodzaak. Maar laat ons pensioenstelsel in tact.

#Schemerlicht

Het gedempte herfstlicht, gelardeerd door serene stilte, bezwangert hem met intense melancholie. Geen zuchtje wind laat het bruin gebladerte nog ruisen. De straat is als een schilderij uit vervlogen tijden. Door het venster vangt de in rode besjes getooide hulstboom zijn blik.
Ach het rumoer rond hem is reeds lang verstomd. Alleen de stemmen in zijn hoofd spreken nog. Stemmen die hij licht herkent, maar toch ook weer niet. Ze verwarren hem. Wie zijn toch al die mensen rond hem die hij maar niet ziet? Hij ziet de herfst, maar in zijn hoofd is het winter. Zijn brein is bevroren.
Die jonge vrouw, kent hij haar? Het moet haast wel. Haar naam vergeet hij steeds. Ze is lief, ze noemt hem ‘hoi pap’. Hoi pap… Daar moet hij even over nadenken, maar het klinkt vriendelijk, dus lacht hij blij met heel zijn gezicht. Met die lach verovert hij de harten, dan aaien ze hem over zijn wang en scoort hij vertederde blikken. Hij pakt haar slanke hand in zijn knokige knuisten. Opeens kruipt een traan over zijn doorploegde wang. Aan zijn neus hangt er ook nog één.

#Schrijven is blijven

Snapshot_20140924_7

Een goede redacteur is essentieel voor een schrijver. De redactie is zelfs een van de bepalende factoren voor de kwaliteit van een uitgever. Veel internetuitgevers doen daar onvoldoende aan. Redigeren is namelijk een hoge kostenpost die alleen maar terugverdiend kan worden als er een goed marketingplan aanwezig is.

Uitgeven is meer dan de setting van een boek en het naar de drukker sturen. Dat kan elke schrijver ook zelf nog wel, daar heeft hij geen uitgever voor nodig.
Veel kleine uitgevers zijn veroordeeld tot een sober bestaan. Zij kunnen onvoldoende een vuist maken tegen grote, gerenommeerde uitgevers, die hogere kortingen kunnen bedingen, die moeiteloos toegang krijgen tot Bruna, AKO, Libris e.d. Dat ligt voor de kleine uitgever wel anders. Die moet bidden en smeken om binnen te komen en mag dan als het meezit bij enkele filialen een paar boeken neerleggen op de plank. Die boeken moet hij dan nog zelf betalen ook.

Dan hebben we het nog niet eens gehad over de marge voor de auteur. Die marge gaat namelijk langzaam over in een tekort. Waarom? Om de kosten laag te houden wordt vaak gekozen voor Print On Demand (POD). Pas wanneer een boek is besteld wordt het boek geprint. Dat lijkt aardig, maar na een paar jaar blijft er per boek geen winst meer over. Dat komt omdat de kosten elk jaar stijgen. En de prijs verhogen mag niet, vanwege de vaste boekenprijs. Het is dus de keus: Of de uitgever bestelt 1500 boeken ineens met de kans dat hij met 500 boeken blijft zitten. Of hij bedient zich van POD en ook dan is het na een paar jaar afgelopen. Zelfs als alle 1500 boeken binnen een maand of 3 verkocht zijn, is het maar de vraag of de 2e druk van nog eens 1500 boeken ook zo snel gaat. De levenscyclus van een boek is maar kort vandaag de dag.

Elke gek kan tegenwoordig een boek schrijven. Kijk maar naar mij. Ik heb er inmiddels  4 geschreven en ben al bezig met het 5e boek. Nou behoor ik godzijdank tot de categorie schrijvers die er schatrijk van geworden is, maar niet heus.
Op Facebook kom je veel schrijvers tegen en ze roepen vrijwel allemaal: ‘Kijk mij nou, ben ik niet geweldig.’ Er zitten best aardige boeken bij en ik houd mijzelf voor dat mijn boeken ook wel om te lezen zijn. Een ietwat bescheidener opstelling zou de meeste schrijvers niet misstaan, waarbij ik mijzelf zeker niet uitsluit. Ergo, schrijven doe je vanuit een niet te onderdrukken innerlijke drang en is een smeltkroes van sadomasochisme, zelfbevrediging en exhibitionisme. Niets mis mee, zolang anderen daar ook plezier aan beleven. Een fictieschrijver moet niet de illusie hebben dat de wereld niet zonder zijn/haar schrijfsels kan bestaan, of er anders gaat uitzien. Dat is slechts voorbehouden aan enkelen. Want heus, alle moorden zijn al gepleegd, alle vrouwen mishandeld en verkracht en de maatschappij is al in diverse bizarre vormen voorbijgekomen.

Sterfdag

-9 aug 2015- Bertus van Genderen maakte zich op voor hun dagelijkse wandeling. Het was weer zo’n mooie tropisch warme dag. Vandaag had Sarah geen zin om te wandelen, vandaag was Sarah moe. ‘Ga maar alleen,’ zei ze met een geruststellende glimlach. Deze keer lag er iets in haar glimlach dat hem van zijn stuk bracht. ‘Er is toch niets met je aan de hand?’ vroeg hij. Sarah had al jarenlang last van een lekkende hartklep. Vooral op deze hete dagen raakte ze snel uitgeput. Nooit eerder had ze verzaakt. Elke dag deden ze trouw samen hun wandeling. Dat was het hoogtepunt van de dag. Zelfs in de winter of als het regende lieten ze niet verstek gaan.

‘Dan blijf ik ook thuis.’Bertus draaide zich resoluut om. ‘Nee, ga jij nou maar je wandelingetje maken.’ En weer had Sarah die glimlach, de glimlach van iemand die afscheid nam. ‘Je bent er toch nog wel, hè, als ik terugkom?’
‘Natuurlijk ben ik er. Ik ben er toch altijd. Maak je nou maar geen zorgen. Ik ben gewoon een beetje moe. Ga nou maar. Het is goed voor je.’
Bertus liet zich overhalen. Voordat hij in het park voor hun huis verdween, keek hij nog even om. Sarah stond nog steeds in de deuropening. Ze zwaaide naar hem, hij zwaaide terug.

Hij liep het talud op naar het hoger gelegen pad. Opeens had hij geen zin meer om verder te lopen. Zonder Sarah was er niets aan. Hij zeeg neer op het bankje onder het sterfplekzomersgeurende lover van de bomen. Vanaf het bankje kon hij nog net hun huis zien. Ze hadden het ooit in 1955 voor vijftienduizend gulden gekocht. Nu kon hij het zeker voor 5 ton in euro’s verkopen. Hij kon zich niet voorstellen dat ze ooit ergens anders zouden wonen.  Ze hadden het altijd goed gehad samen. Op zijn negentiende was hij begonnen als jongste bediende bij de bank en was hij uiteindelijk opgeklommen tot algemeen procuratiehouder. In 1995 ging hij na 45 dienstjaren met pensioen. Er waren wel 300 man op zijn afscheidsreceptie. Kinderen waren er nooit gekomen, hun enige grote verdriet. Zijn zaad was lui, voor de rest was hij zo gezond als een vis. Hij slikte nog niet één pil. De enige pillen die hij slikte waren de vitaminepillen die Sarah hem gaf.

Bertus keek naar hun huis. Dit was een van zijn favoriete plekjes. Vaak zaten ze er samen, tevreden genietend van het uitzicht en de lommerrijke omgeving. Door de jaren heen was daar nooit iets veranderd. Dat was zo bijzonder aan deze plek. Eigenlijk had hij niets om triest over te zijn, maar waar kwam opeens dat diepe verdriet dan vandaan, alsof hij voorgoed ergens afscheid van moest nemen? Op een keer had hij Sarah toevertrouwd dat als hij dan toch sterven moest, het hier op deze plek moest zijn, terwijl hij via het doorkijkje uitzicht had op hun huis, waar hun leven lag.

Voor zich uit mijmerend realiseerde hij zich dat de meeste mensen niet weten dat wanneer ze ’s ochtends opstaan, die dag hun sterfdag is. Toch heeft hij altijd geloofd dat wanneer het zover is, je door een diep innerlijk weten gewaarschuwd wordt, vlak voordat het klosje tot aan het end is afgerold. Opeens wist hij het, ze had voorgoed afscheid genomen, ze had het aangevoeld. Bertus zonk weg in een diepe triestheid, zo diep dat hij een heftige steek in zijn hart voelde. Hij wilde opstaan en naar huis rennen. Misschien was het nog niet te laat om zijn Sarah nog één keer in zijn armen te nemen en haar liefdevol vaarwel te kussen. Dat had hij haar immers beloofd. Zij mocht eerst, dan zou hij niet lang daarna volgen. Hij zou het grote verdriet, het gemis voor zijn rekening nemen, ondanks dat zij veel sterker was dan hij.

Bertus’ linkerarm hing slap langs zijn lichaam, de enorme kramp op zijn borst benam hem de adem. Met een laatste krachtsinspanning probeerde hij op te staan, maar hij viel voorover. Met zijn hoofd liggend op zijn naar voren gerichte rechterarm, nam hij voor een laatste keer het idyllisch tafereel in zich op. Dit was te vroeg, dit was tegen de afspraak. Hoe moest, hoe kon Sarah…? Het beeld vervaagde, ver weg voelde hij de pijn nog wel. Hij tolde en tolde, heel even hoorde hij zijn naam… tot hij niets meer hoorde, niets meer voelde en er niets meer was.

#Mantelzorg

24 juli 2015- Het begon onschuldig. Plas inleveren. Even op de onderbuik drukken. Ja, au au au. Daarna, broek omlaag, knijpen in mijn ballen. Weer au au au. Toen ze daarmee klaar was, tot besluit nog een vinger in m’n reet. En ja hoor. Nierbekkenontsteking. Zwaar aan de antibiotica dus. Echter het vervelende is dat dit al de 10e kuur is en ik een antibioticaresistentie heb opgebouwd. Dus dat is balen. Nu maar hopen dat het geen opname wordt en ik aan het infuus moet. Nou ja en anders ga ik gewoon dood.

Ik mag voorlopig niet in de zon en moet elke dag seks hebben om de bekkenbodemspieren getraind te houden. ‘Use it or lose it’, riep ze nog. Ik vroeg of ik daar dagelijks voor langs moest komen, maar dat vond ze niet nodig. Dus…
Voorlopig zijn mijn wel zeer beschaafde echtgenote en ik even niet aanspreekbaar, dat begrijpen jullie natuurlijk wel.

Bij elk goed doortimmerd plan hoort een vangnetconstructie, dus heb ik voor alle zekerheid de buurvrouw ingelicht en haar gevraagd of ze op de woensdag en de zaterdag de mantelzorg van mijn echtgenote wil overnemen. Toen ik haar zorgtaak wat gedetailleerder op beeldende wijze ontvouwd had, smeet ze de deur dicht. Heel raar. Ik riep nog: ‘Hallo, participatiesamenleving!’

Daarna beproefde ik mijn geluk bij de andere buurvrouw. Die is een stuk ouder, dat wel. Maar om je echtgenote te ontlasten ga je tot aan het gaatje. Ik schatte in dat bij haar de bekkenbodemspiertraining wel wat meer tijd in beslag zou nemen, maar daarentegen was ze graag bereid een handje bij te steken. Sterker nog: ze bood aan de maandag en de dinsdag er ook meteen maar bij te nemen. Ze was vroeger handwerkjuf geweest. Ik zei dat ik toch als proeve van bekwaamheid een testsessie wilde. Ze vroeg me binnen en loodste me naar de keuken, want daar lagen plavuizen. Ik moet toegeven dat al na een paar minuten mijn bekkenbodemspieren op stoom kwamen. Maar op de een of andere manier had ze toch niet die doelgerichte grip van mijn echtgenote. Ze miste soms een paar slagen, waardoor de trein wat haperend op gang kwam en net als de stoom door de fluit omhoog wilde komen, die weer terugzakte en dat het wel 10 minuten duurde eer hij uit volle borst begon te fluiten. Niet in de laatste plaats omdat ik op het eind haar aanmoedigde door ‘tjoeke tjoeke tjoeke tjoeke’ te roepen en op het eind ‘Fuut fuut!’ Anders had het waarschijnlijk de hele middag in beslag genomen en ik wilde op tijd zijn voor The Bold and the Beautiful. Op subtiele wijze liet ik na afloop weten dat het ritme nog wel een van de verbeterpuntjes was, maar dat, gelet op het feit dat ze handwerkjuf was geweest, ze de slag ongetwijfeld snel weer te pakken zou krijgen. Ze had nog wel een banaan liggen zei ze, daar kon ze wel even mee voort.

Eenmaal weer thuis, vroeg mijn echtgenote: ‘Zo lekker getraind? Je ziet er wat afgetrokken uit.’ Ik knikte en zuchtte: ‘Ja, het was een zware dag. Maar, jij bent voor vandaag vrijgespeeld.’

Ach ja, zo helpt de ene mantelzorger de andere, behalve die onwillige buurvrouw dan. Het kan natuurlijk ook zijn dat ze eelt op haar handen heeft en zich daarvoor schaamt.  Maar ja, als ze de deur in mijn gezicht dichtgooit, houdt elk gesprek op. Ze had ook haar mondje kunnen opendoen, toch. Heb je geen handen voor nodig.
Ik hoop toch zo dat de kuur helpt. Want die andere buurvrouw heeft ook het eeuwige leven niet, ze is al 91. Ze heeft nog al haar tanden. Da’s wel een beetje jammer. Ik zou niet willen dat als zij er niet meer is, alles op mijn echtgenote neerkomt. Of dat ik weer een ander moet inwerken. Dat wil je toch niet, zeg nou zelf.

Achtjes lopen

-30 mei 2015 – Thuis kan ik geen achtjes lopen en ook niet buiten. Want bij ons in de straat hebben ze geeneens achtjes. In het Snapshot_20140924_7tehuis wel. Daar mogen we altijd de hele dag in ons nakie achtjes lopen. Daar wel. Het gaat steeds beter met de economie zeggen ze.

In het tehuis gaat de economie wat minder, geloof ik. Dat komt waarschijnlijk omdat de directrice weg is. Ze vroeg om wat meer geld voor haarzelf en toen zei de minister president – Rutte heet hij, is het niet – : ‘Toedeledokie ga jij maar naar Londen.’ Nou, en daar zit ze dus tegenwoordig. Sinds zij weg is zijn de achtjes op het terrein een stuk kleiner geworden. Waar er eerst twee lagen, liggen er nu vijf en er zijn ook lang zo veel struikjes niet en het glazen dak is ook wegbezuinigd. Da’s best koud hoor, in de winter. Maar gelukkig gaat de economie weer goed in Nederland. Alleen wat ik wel erg vind, is dat mijn vriendinnetje niet meer samen met mij achtjes mag lopen. Ze is overgeplaatst naar het vijfde achtje, zomaar van de ene dag op de andere, terwijl ik al nog maar op het eerste achtje loop. En van het ene naar het andere achtje overstappen laat je liever uit je hoofd, want dan krijg je straf en moet je net zolang in je bed liggen totdat je een vieze, dunne, gore, drabbige, stinkende kleefbah in je luier gedaan hebt. Dat komt trouwens ook weleens voor als je geen straf hebt, omdat de verpleegsters geen tijd hebben, zeggen ze. En zelf even naar het toilet gaan kan niet omdat je met riemen aan het bed vastzit. Dat is om te voorkomen dat je stiekem naar buiten glipt om achtjes te gaan lopen. Plassen doe je of tijdens het achtjeslopen buiten of in je luier, da’s heel normaal. Iedereen doet dat hier. Daar zijn de ondersteken niet voor zeggen de verpleegsters.

Zal ik jullie een geheimpje verklappen. De hoofdverpleegster, die mij na het achtjeslopen altijd schoonspuit, heeft mij verteld dat ik na 10 nachtjes slapen geruimd word. Ik ben zo blij. Dat betekent dat ik dan voor altijd uit het tehuis weg mag. Dat weet ik omdat ik de anderen die geruimd zijn hier nooit meer heb teruggezien. Ja, ik ben wel oud maar niet gek. O, ik ben toch zó blij.

Mijn vrouw komt mij vast ophalen. En ik weet zeker dat ze een verrassing voor me heeft en door de tuinman een achtje in de tuin heeft laten aanleggen. Dan loopt ze met me mee en zijn we voor altijd samen. Ik mis haar zo.