En dan is het voorbij

1.45-blauwe-wolken

(dinsdag 5-7-2016) Het leven om hem heen gaat gewoon zijn eigen gang, hij doet er niet meer toe. Ja, hij leeft wel mee, maar of hij er nou is of niet, is niet meer van belang. Hij neemt alleen nog een plek in, scharrelt wat in huis rond, doet dingen die er eveneens niet meer toe doen. Hij vindt ze leuk en daarom doet hij ze. Als hij eerlijk is wanneer hij zichzelf in de spiegel bekijkt, moet hij toegeven dat hij een vreemde ziet. ‘Ben ik dat?’ mompelt hij. ‘Goh’.
‘Wat voor dag is het vandaag? Ach wat doet het er toe.’ Elke dag is tenslotte hetzelfde: ’s ochtends opstaan, ontbijtje, pillen slikken, de deur uit met rollator om boodschapjes te halen, en dan thuis de dag maar weer zien door te komen met tv-kijken. Tegen zessen opgewarmde maaltijd van de Indische winkel naar binnen werken, afwas doen en maar weer tv-kijken, tot zijn ogen dichtvallen. Ook op deze novemberavond gaat hij zoals gewoonlijk met de traplift naar boven. In bed strijkt hij even over het kussen in het lege bed naast hem. Twee jaar alweer.

Maar die ochtend wordt hij anders wakker dan op alle andere ochtenden. Het liefst was hij helemaal niet wakker geworden, en maar door blijven dromen, over haar. De diepe harmonie en de warmte van haar aanwezigheid draagt hij nog bij zich. ‘Nee, niet weggaan! Blijf! Neem me mee?’ Hij zou het uit willen schreeuwen. Even was hij niet alleen, even was zij weer bij hem. ‘Goh, wat voelde dat vertrouwd.’

Vervult van een innerlijk weten staat hij op. Gek genoeg bezorgt het hem een vredige sensatie. Een sensatie die hem doet berusten in al wat komen gaat. Wanneer hij eindelijk beneden komt, schuifelt hij naar de vestibule, raapt de krant op van de mat, haalt de voordeur van het nachtslot en zet de kierstandhouder los, anders kunnen ze er niet in. Hij loopt naar zijn stoel bij het raam. Buiten jaagt een gure herfstwind donkere wolken langs het grauwe hemeldak. God wat is hij moe, zo ontzettend moe. Hij is te moe om zelfs de krant op te rapen die uit zijn hand is gevallen.

Ergens ver weg hoort hij een bel. Langzaam dringt het tot hem door dat het de bel van de voordeur is. Hij opent zijn ogen. De kamer, door het sombere weer halfduister, is nu in een helder licht gehuld. Het bellen houdt niet op, onafgebroken blijft het aanhouden. Verwonderd staat hij uit zijn stoel op. Zo mooi licht is het nog nooit geweest in de oude woning. De kleuren lijken opeens meer uitgesproken en harmonieuzer. Hij loopt naar de vestibule, opent de voordeur, maar hij ziet niemand staan. Even moet hij wennen aan het warme, heldere licht dat zich als een lichtkoker vanuit zijn huis naar buiten priemt. Hij kan de overkant van de straat niet eens meer zien. Dan ontwaart hij aan het eind van de tunnel een gestalte. Opeens is het alsof hij in het licht wordt opgenomen en in razende vaart wordt opgezogen. Hij houdt zijn blik strak gericht op de gestalte ver boven hem aan het einde van de lichtschacht. Ze lijkt hem te wenken. ‘Het is goed zo… Kom maar…’ Ze strekt haar hand naar hem uit.

Advertenties

3 reacties op ‘En dan is het voorbij

  1. Dimph schreef:

    Robert wat ontroerend mooi.
    Die tunnel ben ik ooit ook in geweest maar moest terug.
    Heb er helemaal geen angst voor .de harmonie, de warmte , de rust.
    Kan er soms naar verlangen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s