#Mantelzorg

24 juli 2015- Het begon onschuldig. Plas inleveren. Even op de onderbuik drukken. Ja, au au au. Daarna, broek omlaag, knijpen in mijn ballen. Weer au au au. Toen ze daarmee klaar was, tot besluit nog een vinger in m’n reet. En ja hoor. Nierbekkenontsteking. Zwaar aan de antibiotica dus. Echter het vervelende is dat dit al de 10e kuur is en ik een antibioticaresistentie heb opgebouwd. Dus dat is balen. Nu maar hopen dat het geen opname wordt en ik aan het infuus moet. Nou ja en anders ga ik gewoon dood.

Ik mag voorlopig niet in de zon en moet elke dag seks hebben om de bekkenbodemspieren getraind te houden. ‘Use it or lose it’, riep ze nog. Ik vroeg of ik daar dagelijks voor langs moest komen, maar dat vond ze niet nodig. Dus…
Voorlopig zijn mijn wel zeer beschaafde echtgenote en ik even niet aanspreekbaar, dat begrijpen jullie natuurlijk wel.

Bij elk goed doortimmerd plan hoort een vangnetconstructie, dus heb ik voor alle zekerheid de buurvrouw ingelicht en haar gevraagd of ze op de woensdag en de zaterdag de mantelzorg van mijn echtgenote wil overnemen. Toen ik haar zorgtaak wat gedetailleerder op beeldende wijze ontvouwd had, smeet ze de deur dicht. Heel raar. Ik riep nog: ‘Hallo, participatiesamenleving!’

Daarna beproefde ik mijn geluk bij de andere buurvrouw. Die is een stuk ouder, dat wel. Maar om je echtgenote te ontlasten ga je tot aan het gaatje. Ik schatte in dat bij haar de bekkenbodemspiertraining wel wat meer tijd in beslag zou nemen, maar daarentegen was ze graag bereid een handje bij te steken. Sterker nog: ze bood aan de maandag en de dinsdag er ook meteen maar bij te nemen. Ze was vroeger handwerkjuf geweest. Ik zei dat ik toch als proeve van bekwaamheid een testsessie wilde. Ze vroeg me binnen en loodste me naar de keuken, want daar lagen plavuizen. Ik moet toegeven dat al na een paar minuten mijn bekkenbodemspieren op stoom kwamen. Maar op de een of andere manier had ze toch niet die doelgerichte grip van mijn echtgenote. Ze miste soms een paar slagen, waardoor de trein wat haperend op gang kwam en net als de stoom door de fluit omhoog wilde komen, die weer terugzakte en dat het wel 10 minuten duurde eer hij uit volle borst begon te fluiten. Niet in de laatste plaats omdat ik op het eind haar aanmoedigde door ‘tjoeke tjoeke tjoeke tjoeke’ te roepen en op het eind ‘Fuut fuut!’ Anders had het waarschijnlijk de hele middag in beslag genomen en ik wilde op tijd zijn voor The Bold and the Beautiful. Op subtiele wijze liet ik na afloop weten dat het ritme nog wel een van de verbeterpuntjes was, maar dat, gelet op het feit dat ze handwerkjuf was geweest, ze de slag ongetwijfeld snel weer te pakken zou krijgen. Ze had nog wel een banaan liggen zei ze, daar kon ze wel even mee voort.

Eenmaal weer thuis, vroeg mijn echtgenote: ‘Zo lekker getraind? Je ziet er wat afgetrokken uit.’ Ik knikte en zuchtte: ‘Ja, het was een zware dag. Maar, jij bent voor vandaag vrijgespeeld.’

Ach ja, zo helpt de ene mantelzorger de andere, behalve die onwillige buurvrouw dan. Het kan natuurlijk ook zijn dat ze eelt op haar handen heeft en zich daarvoor schaamt.  Maar ja, als ze de deur in mijn gezicht dichtgooit, houdt elk gesprek op. Ze had ook haar mondje kunnen opendoen, toch. Heb je geen handen voor nodig.
Ik hoop toch zo dat de kuur helpt. Want die andere buurvrouw heeft ook het eeuwige leven niet, ze is al 91. Ze heeft nog al haar tanden. Da’s wel een beetje jammer. Ik zou niet willen dat als zij er niet meer is, alles op mijn echtgenote neerkomt. Of dat ik weer een ander moet inwerken. Dat wil je toch niet, zeg nou zelf.

Advertenties