Onze Gerrit

20 oktober 2014 – Regelmatig verschijnt Gerrit Zalm wel bij een of ander praatprogramma. Op Facebook kom ik regelmatig tegen dat men zich negatief uitlaat over Gerrit Zalm, als zou hij zitten azen op een bonus, als zou hij meer willen verdienen, als zou hij een baantjesjager zijn die alleen maar op eigen gewin uit is. Klip en klaar: dat is niet terecht. Zalm heeft de feitelijk failliete en opgedeelde ABN-AMRO geërfd van Rijkman Willem Johan Groenink, rolmodel voor narcistische persoonlijkheden zonder enig empathisch gevoel.

Het zou van populisme in optima forma getuigen om de man die uit de puinhopen een, zij het wankel, levensvatbaar bankbedrijf weet neer te zetten, gelijk te schakelen met types als Rijkman Groenink en Michel Tilmant, de inmiddels naar huis gestuurde bestuursvoorzitter van ING, die de belastingbetaler, de ABN-AMRO en ING miljarden hebben gekost.

Mannen als Gerrit Zalm en Jan Hommen van ING, die opgevolgd werd door Ralph Hamers, moeten we waarderen. Zij haalden en halen namelijk de hete kastanjes voor ons uit het vuur. Het zijn wel de kastanjes die er door onze hebzucht in gekomen zijn. De economie had er heel wat slechter voor gestaan wanneer beide grootbanken alsnog onder waren gegaan. De pinautomaten waren dan echt leeg geweest en stonden we met z’n allen in dikke rijen bij de voedselbanken.

De keren dat ik persoonlijk met Zalm contact had, had ik te maken met een correcte, integere bankier, zeer benaderbaar ook, met oog voor menselijke verhoudingen en bovendien een enorm gevoel voor humor.
Dan wil ik nog een lans breken voor al die bankmedewerkers die gewoon hun werk doen, die helemaal niet bezig zijn met het bedenken van producten om de klant te flessen.

Het is nooit goed of het deugt niet. Een veel gehoorde klacht is dat de banken te terughoudend zijn met het verstrekken van hypotheken. Hoe zou dat nou komen? Het zou toch van de zotte zijn als de banken nu wéér de bomen tot in de hemel laten groeien. Bovendien hebben ze geen geld. Wanneer iemand een hypotheek wil, moeten de bankiers dat op de kapitaalmarkt aantrekken, oftewel er zelf een lening voor afsluiten. Dat komt omdat de leverage ratio van banken veel te laag is. Het eigen vermogen dus. Mevrouw Daniëlle Nouy van de ECB stelt dat 3% voorlopig wel genoeg is. Dat is wel wat kort door de bocht. Zij vergeet een nulletje. We moeten naar 30%, liever nog 50%, maar dat kan niet in één keer. Om niet weer in een economische crisis te raken duurt dat 20 tot 30 jaar.

De bestuursvoorzitters van de huidige banken beseffen dat als geen ander. Ook kredietverlening aan het bedrijfsleven moet met de nodige voorzichtigheid omringt worden. Een bank kan zich een groot debacle niet veroorloven, ze hebben immers zelf geen vlees op de botten. De moderne bankier is weer een terughoudende risicomijdende figuur, en zo hoort het ook. Het gaat immers om onze spaarcenten en ons pensioengeld.

Dus niet langer zeuren of Zalm nou wel of geen bonus mag of wil of krijgt. Overigens heeft Zalm zelf nooit gerept over een bonus. Hij heeft maar één doel: vechten om de ABN-AMRO overeind te trekken en te houden en naar de beurs te brengen om nog iets van onze belastingcenten terug te halen. De volle 32 miljard zullen we niet terugkrijgen, maar 16 miljard moet tot de mogelijkheden behoren. Daarmee bespaart Zalm ons een strop die zeker had kunnen oplopen tot 100 miljard en wellicht zelfs meer. Zo’n man verdient respect! En datzelfde respect verdient de ING-top, die met een ruime bonus voor de belastingbetaler ING haar schuld heeft laten aflossen.

Advertenties

Uitstraling

18 oktober 2014 – Ik ben een mens die niet weet wat hij uitstraalt en dat is ernstig, zeer ernstig. Want een mens die niet weet wat hij uitstraalt, is het aankijken niet waard. Je kunt je zelfs afvragen of je dan nog wel een mens bent. Ik vroeg het vanmorgen zowat aan iedereen die ik tegenkwam tijdens het boodschappen doen. ‘Wat straal ik uit?’ Maar ook met de respons die mijn vraag opleverde, kon ik niets. Sterker nog: een oudere dame riep zelfs ‘VISpeuk!’ Ik nam aan dat ze ‘VIESpeuk’ had willen roepen, maar dat door het roepen haar kunstgebit wat loskwam. Ik wou nog zeggen dat ze waarschijnlijk op mijn schoenen doelde, omdat ik die namelijk al twee jaar niet gepoetst heb, maar ze rende al weg met haar rollator. Ik heb nog nooit iemand zó hard achter een rollator zien lopen. Dus nu weet ik het nog steeds niet.

Uitstraling is een relatief begrip. Acteurs hebben van uitstraling hun beroep gemaakt. Als je ze in het echt tegenkomt, zijn het meestal heel andere mensen. Dan blijkt opeens  de moordenaar een gezapige huisvader.

Uitstraling wordt dus bepaald door de ontvanger en niet door de zender van die uitstraling. Als je je er niet op toelegt iets specifieks uit te stralen, dan kan het zijn dat je door verschillende personen  heel anders beoordeeld wordt. Kijk dus uit met die uitstraling. De hedendaagse maatschappij wordt eigenlijk alleen maar bepaald door uitstraling. Neem nou een bank, dat is niet langer een instituut waar je geldzaken kunt regelen. Nee, hij is je partner geworden, een vriend, en hij voert je mee langs zonnige weiden naar het paradijs op aarde. Een relatie leggen tussen realiteit en het creëren van een  illusie, die soms ver van het veelal saaie product af staat, noemt men branding. Branding is niets meer en niets minder dan uitstraling, en erop gericht de mensheid in superlatieven voor te houden dat je door aanschaf van een product iets essentieels aan het leven kunt toevoegen. Daar zijn we sterk in tegenwoordig, in het creëren van illusies.

Zo zou je kunnen zeggen dat mijn uitgever Booklight  niet langer handelt in het uitgeven van fictie en non-fictie, maar  waar je door een van hun boeken aan te schaffen de ultieme leeservaring beleeft en zelfs een beter mens wordt. En zo zou ik bijvoorbeeld een blogje kunnen schrijven en daar terloops, nauwelijks zichtbaar, een linkje kunnen plaatsen naar mijn uitgever Booklight. Dat zou wel heel sluw zijn. Maar de verleiding ligt soms onder een dun laagje verborgen. De offerschalen van Satan zijn tenslotte gevuld met zoete vruchten.

Datzelfde mechanisme hanteert de politiek om hun doelen te bereiken. Zo hebben verzekeraars jarenlang woekerpolissen kunnen afsluiten en beloven veel zakelijke en particuliere dienstverleners gouden bergen, waar je met een gezonde dosis scepticisme zo doorheen prikt, maar dan moet je wel kritisch en waakzaam blijven.

Al  met al weet ik nog steeds niet wat ik uitstraal. Ik denk dat ik eens ontdaan van al mijn kleding door de straat ga wandelen en het dan nog eens aan willekeurige voorbijgangers vraag: ‘Hallo, mevrouw, meneer, wat straal ik uit?’ Ben ik benieuwd of er één zo kien is om te roepen: ‘De naakte waarheid!’

De chauffeur

schoolfoto 1957

Kerstfeest 1957 op school, een jaar na mijn polio. Ik ben het enige jongetje met een lange broek, vanwege de beugeltjes. Het enige jongetje met een potsierlijk strikje voor, omdat ik een rijkeluiszoontje was. Het enige jongetje dat door een privéchauffeur gebracht en gehaald werd, ook als ik gewoon naar school moest. Ik was dan ook het enige jongetje dat gepest werd. Ik ben blij dat ik geen jongetje meer ben.

Simon, onze chauffeur, zei weinig, maar had een scherp inzicht. Hoe weet ik tot op de dag van vandaag nog steeds niet, maar hij wist dat ik gepest werd. Toen hij me op een dag in de grote Packard naar school reed en op het trottoir een groepje jongens zag, vroeg hij: ‘Pesten die jou ook?’ Ik knikte beschaamd. Hij trapte meteen op de rem, reed achteruit en stopte pal voor de schoffies. Hij zwaaide het portier open, stapte half uit en riep over het dak van de auto: ‘Meerijden, jongens?’ Dat wilden ze natuurlijk wel.

Voortaan stonden ze op een vaste plek om opgepikt te worden. Sindsdien werd ik niet meer gepest. Simon zag, hoorde en zweeg, zo was hij, maar voor mij was hij als een vader in de bres gesprongen en had hij niet gezwegen. In tegenstelling tot mijn echte vader, die mij maar een lampoot vond. Later werd de Packard vervangen door een Nash. Die Nash heeft Simon van mijn vader meegekregen bij zijn pensionering. Ik vond het vreselijk dat Simon wegging. Ik zal hem nooit vergeten. Hij was een bijzonder mens, en dat was hij. Dank je Simon, bij jou voelde ik mij veilig.

Het huwelijksaanzoek

Onlangs heb ik een huwelijksaanzoek gekregen van een vierentwintigjarige dame uit Ghana. Het aanzoek zat zomaar pardoes in mijn FB-mailbox. Ik schreef haar terug dat ik al lang getrouwd ben en bovendien veertig, mind you, veertig jaar ouder dan zij. Ik schreef natuurlijk: ‘fourty years older’, dat is Engels. En vervolgens vulde ik dat aan met ‘than you’ (ook weer Engels).
Haar reactie liet niet lang op zich wachten: ‘Oh my dear for me no problem. Cos I love old men.’ (Dat is Ghanees Engels). Ik reageerde er niet op, maar toen ontving ik een mail waarin ze zichzelf toonde in een kort rokje. Ze lag voorovergebogen op een bed, keek wulps achterom en het was overduidelijk dat ze geen slipje droeg. Ze schreef: ‘You can have that every day, my dearest love. Cos when you marry me, we have sex every day. Maybe you can send me some pictures of your house and your car. I love you so much, I want to be your woman, my love. If you buy me ticket I come next week to you and live with you, then I am yours forever my sweet dear.’

Hoe vereerd ik ook was, het leek mij toch niet zo’n goed idee om van mijn huidige echtgenote te scheiden en zo’n deerntje dat meer dan 10 jaar jonger is dan mijn eigen dochter naar Nederland te laten komen voor ‘sex every day’. Ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken. Mijn echtgenote vond het nogal vermakelijk.  Op een avond pakte ze me mijn hand, keek me verleidelijk aan en zei met een hoog stemmetje: ‘Sex every day, Sir? Come with me, sir! Sex every day.’

Enfin, om een kort verhaal lang te maken, stuurde ik mijn Ghanese liefde een mail waarin ik zei dat ik mij zeer vereerd voelde, maar hoe aanlokkelijk het aanbod van ‘sex every day’ ook was, ik haar een man van haar eigen leeftijd gunde, waarmee ze nog een gezin kon opbouwen. En dat haar dat vast zou lukken omdat ze nog jong en mooi was. Ik dacht dat ze nu wel zou afhaken, maar nee hoor. Ik kreeg een mail terug met nog meer pikante foto’s, voorzien van de volgende tekst: ‘I think about you every night fantasizing  how we make  love. I am very sad that you don’t want me. Why is that, dear? Cos you know, I am good woman.’

Het leek mij beter daar niet meer op te reageren. Ze heeft er nog drie mailtjes aan gewaagd en toen werd het stil. Waarschijnlijk had ze de moed opgegeven, of zelfmoord gepleegd, dat kan natuurlijk ook. De wanhoop van Ghanese vrouwen moet wel groot zijn en de de nood hoog, dat ze ‘sex every day’ met een ouwe lul als ik willen om in ons land een goed leven te krijgen. Ze had natuurlijk lukraak op Facebook iemand uitgezocht.

Maar eh, mijn wel zeer beschaafde echtgenote roept: ‘Sir! Sir! You want sex everyday, cos I like sex with old men, sir.’ Jaja… lach er maar om.