Symbiotische liefde

26 augustus 2014 – Zij staat veilig in de garage mijn geheime rasmerrie, afkomstig uit de renstal van Aston Martin, een V12 met 517 pk onder de motorkap. Ik sluip zachtjes bij haar binnen, ga op een stoeltje naast haar zitten om van haar te genieten. Dan hoor ik even wegdromend, in gedachten de zoetgevooisde bas van haar uitlaten. Het is plotseling mooi weer, ik neem haar mee uit. Mijn echtgenote zit de hele dag in haar atelier, mijn uitgeefster en redactrice zijn bezig aan mijn nieuwe roman. Alle vrouwen die mijn leven beheersen, inclusief mijn dochter, letten even niet op, dus kan ik zonder op te vallen vreemdgaan.

Haar twaalf cilinders maken hun eerste slagen en de nog koude maar muzikale uitlaten ontwaken ronkend uit hun slaap. Het geluid trekt door tot in mijn ballen. Ik laat haar eerst rustig op temperatuur komen. Op de A2 laat ik de teugels wat vieren tot een bedaard drafje. Ik voel dat ze sneller wil. Maar ik kan haar de sporen nog niet geven. De road country knalt door de acht speakers. In de tunnel bij Utrecht zet ik de muziek wat zachter, doe het raampje naar beneden, schakel terug naar z’n twee en laat haar even gaan, heel even maar. De sonore zang van haar nu ontwaakte uitlaten brengt mij in vervoering. Maar het kan nog niet, we kunnen ons nog niet overgeven. Mijn voet trilt nerveus van ingehouden spanning.

Bij Arnhem kunnen we ons met moeite beheersen en is de symbiose bijna compleet. Getergd, lukt het ons nog net om in gepaste sukkeldraf de Duitse grens te bereiken. Ik zet mijn geliefde countrynummer op van Billie Jo Spears, Blanket on the ground, schakel terug, de traction controle werkt perfect. Het is alsof ik haar kan verstaan: ‘Toe dan, ik hou het niet meer, laat me gaan, laat me dan gaan.’ Eerst laat ik haar even wennen aan 200, daarna mag ze klimmen naar 250, dan mag ze zich even in vliegende galop uitleven tot over de 300. ‘Ho ho rustig aan Bobbie,’ maan ik mezelf tot kalmte. ‘Houd het bit in de bek, je mag je kruit niet nu al verschieten.’ Een Audi A8 moest in haar zijn meerdere erkennen. Een Porsche heeft het nog lang volgehouden, maar wordt nu ook beschamend kleiner in de spiegels. We laten ons terugzakken naar 280. Tammy Wynette brult D I V O R C E door de speakers. No way, niets kan mij nu nog van mijn grote liefde scheiden.

In ongeveer 3 uur en 5 minuten brengt ze mij naar Koblenz. Daar laat ik haar de afslag nemen. Bij het naderen van een restaurant dat naar inschatting recht doet aan de klasse van mijn liefde, schakel ik terug, genietend van de roffelende terugslag waar ze mij op trakteert en die mijn maag laat fladderen. Als ik van haar wegloop, nadat ik haar eerst rustig heb laten uitrollen en haar daarna heb stilgezet, kijk ik even achterom. Haar zwetende, brede sloffen hebben wat steengruis van de parkeerplaats opgepakt.

Na een heerlijke zeebanketschotel kriebelt het alweer, ik móét naar mijn geliefde. Haar blinkende mond lacht mij toe als ik aan kom lopen. Ze heeft er meteen zin in, trekt een licht wielspoor op de parkeerplaats en gaat tevreden ronkend, shortshiftend op weg naar de Autobahn, alsof ze hem ruikt. Bij een pompstation mag ze haar dorst lessen. Na een controle van haar vitale, hoogwaardige levensoliën mag ze op de terugweg aan haar gerief komen. Ze laat zich heerlijk gaan, bijt zich vast in het lint van asfalt en brult het uit. De ultieme symbiose heeft zich tussen ons voltrokken. We zijn nu één. Niet in de laatste plaats geholpen door Billie Jo Spears, die ik op herhalen heb gezet. Langzamere wegruiters schuiven na een paar lichtsignalen eerbiedig aan de kant. Bij een enkeling moeten haar luchtgekoelde remschijven krachtig ingrijpen. Als ze, doortrekkend naar 200, doorhebben dat ze het orgastisch geweld niet achter zich kunnen houden, laten ze haar gaan. Ik ga mee in al haar grillen, we voelen elkaar perfect aan. Even terugschakelen en wegspuiten, hoe harder hoe beter. Billie Jo kan er bijna niet bovenuit komen.

Weer terug in Nederland sukkelen we stapvoets richting stal, slaapverwekkend, maar wel goed om even uit te dampen. Eenmaal weer op stal nemen we afscheid. Na nog een aai en een bemoedigend klopje op haar zinderende huid, snuif ik nog eenmaal de geur van mijn geliefde in me op en loop voldaan naar buiten. Alsof ik ontwaak uit een droom zit ik opeens in mijn ouwe 407 en rijd naar huis. Ik jaag het ouwe beestje bijna over z’n toeren. Billie Jo houdt van schrik haar adem in.

Thuis zit mijn echtgenote al aan tafel als ik beneden kom. Ik ga achter haar staan, sla mijn armen om haar heen en geef haar een knuffel. Ze kijkt op, haar ogen lachen mij toe. Ik hoef haar niets te vertellen of uit te leggen. Zij heeft geen woorden nodig. Zij accepteert mij zoals ik ben. Bij haar kan ik naakt zijn.

Advertenties

Beschaafde vrouwen

Op het gevaar af dat veel dames vanaf nu zelfs met hun derrière mij niet meer willen aankijken, moet mij toch iets van het hart. Het is mij opgevallen dat vrouwen wanneer ze zich onder elkaar wanen of wanneer ze hun intiemste moment beleven verbaal nog weleens behoorlijk uit de koets vallen, terwijl wij mannen toch qua grofgebektheid en onbeschaafdheid de naam hebben.

Ik stuitte onlangs op Facebook op de discussie van een aantal uiterst beschaafde, welbespraakte en zeer beslist hoog intelligente dames.
‘Wat een kutweer’ plaatste een dame op haar wall. De eerste reactie kwam al gauw: ‘Ik smijt liever met vleeswaren die ik niet heb: kloteweer.’ In een poging het taalgebruik van de dames ietwat bij te schaven mengde ik mij ook in de discussie: ‘Ik kan niet anders zeggen dan dat het uitermate teelballenweer is.’ Daarop reageerde een dame, die ook weer als zeer beschaafd bekend staat, met: ‘Klote van de bok.’ Een derde dame, hoog opgeleid en welbespraakt, ging daar nog eens zachtjes overheen door er ‘kutmetperen’ op te antwoorden.

Het komische is wel, dat zowel de 2e als de 3e respondent in hun vervoering even de grammatica vergaten. De 2e vergat dat zij refereerde aan een zeker onderdeel, of in dit geval onderdelen, waar een bok over beschikt en had in deze zinsconstructie ‘Kloten van de bok’ moeten gebruiken in plaats van ‘klote’. Je spreekt ook over ‘de longen van de bok’, aannemend dat hij over meer dan één long beschikt. Omdat van huis uit de bokken over meer dan één kloot beschikken, dient het meervoud gebruikt te worden.
Laten we nu de reactie van de 3e respondent eens onder de loep nemen: ‘kutmetperen’. Hier duidt zij  op een onderdeel van het vrouwelijk lichaam, klaarblijkelijk voorzien van peren, en vergelijkt dat met het weertype. Idiomatisch valt de uitdrukking zeer wel te verdedigen, aangezien elke Nederlander begrijpt wat zij wil aanduiden, zeker gelet op de context: namelijk dat ‘het weer’ slecht is. Zij had daarom beter kunnen schrijven: ‘Kut-met-perenweer’ of wanneer zij, zoals ze gedaan heeft, het weer niet in de aanduiding wil betrekken ‘Kut met peren’ moeten schrijven. Vergelijking met een ander lichaamsdeel leert ons het volgende: ‘Hoofd met oren’, ‘Romp met benen’, ‘Kop met haar’.

Dat ik hier een topje van de ijsberg te pakken heb, waar het om onwelvoeglijk taalgebruik van met name beschaafde dames gaat, is mij in mijn jonge jaren proefondervindelijk duidelijk geworden.
Om te beginnen dook ik uit balorigheid op de dag van mijn scheiding het bed in met de echtgenote van mijn ex-zwager. Toen wij bezig waren riep zij in vervoering: ‘Oh, ik neuk, ik neuk, ik neuk’. Na een tijdje haar lofzang te hebben aangehoord, riep ik: ‘Ik ook, ik ook, ik ook’. Dat was tegen het zere been. Mijn anders zo beschaafde ex-schoonzus viel behoorlijk uit de koets. Eerst gaf ze mij een lel in mijn gezicht, en riep vervolgens: ‘Neuken en bek houwe, geil kreng.’

In mijn nieuwe vrijgezellenbestaan, ik was toen 34 jaar, bezocht ik een al wat op leeftijd zijnde ‘vriendin’. Zij bewoonde een villa in Aerdenhout en reed een Porsche 911 die ze aan mij wilde slijten. Ze was een soort Matahari van de zakenwereld en zou nu zo bij Business Moms worden toegelaten. Ze wist veel over bekende zakenlieden waarmee ik graag in contact wilde komen, om wanneer ze niet goedschiks zaken met mij wilden doen, op mijn voorwaarden wel te verstaan, ze met enige dwang aan mij te binden. Zij maakte namelijk filmpjes van haar escapades met die heren. Die filmpjes brachten mij niet in verlegenheid. Ik was immers weer vrijgezel. Veiligheidshalve zorgde ik er wel voor dat ze het niet in haar hoofd haalde om een filmpje van mij te maken. Tijdens de daad lieten wij op uiterst beschaafde wijze het wel en wee van de diverse zakenlieden, en vooral hun bizarre eigenaardigheden op erotisch terrein, de revue passeren. Ook deze ‘nette Aerdenhoutse’ liet op het moment suprême de nodige onbetamelijkheden over haar lippen rollen. Een dergelijk taalgebruik had ik bij haar niet verwacht.

Bij vijf van haar vriendinnen, rijke weduwen of gescheiden vrouwen van middelbare leeftijd, roemde ze mijn vaardigheden op een zeker gebied. Dat had tot gevolg dat ik gebeld werd door een zoetgevooisde dame die mij verzocht om ook eens bij haar langs te komen. Ze wilde haar ‘beleggingen’ met mij doornemen en vroeg zich af of ik iets voor haar zou kunnen betekenen. Een zekere dame uit Aerdenhout had zich namelijk  zeer lovend over mij uitgelaten, liet ze weten.

Ze woonde in Katwijk in een knots van een villa, en deed open in een strak rokje, waar ze naar later bleek niets onder aan had. Daar kwam ik snel achter toen ik tegenover haar plaatsnam. Ze begon naar mijn kruis te staren en zei met een schorre stem van opwinding: ‘Kom we gaan naar boven, die zaken komen daarna wel.’ In bed hield ze mij op niet mis te verstane wijze de krijgsartikelen voor. Het kwam erop neer dat ik haar zo grof mogelijk voor ‘hoer’ moest uitmaken.

De tweede dame woonde vlak bij mij in Nieuwkoop, een lief, bedeesd schatje, echt zo’n knuffeldiertje dat vertedering opriep, maar toen we midden in de kamer goed en wel aan het voorspel begonnen waren, ontschoten ook haar de nodige banaliteiten.
De overige drie lady’s vielen eveneens volledig uit de koets. De vijfde spande de kroon. Toen ik binnenkwam zag ik het al. Ze droeg vlechtjes en een kinderlijk jurkje. Zij was de eigenaresse van een groot concern in Denemarken en ik wilde graag een miljoenendeal sluiten, dus ging ik mee in haar fantasie. Bij haar voerde meer de perverse spelletjes de boventoon en niet zozeer het onbetamelijk taalgebruik.
Bij de eerstvolgende directievergadering had ze bepaald dat alle bankzaken overgeheveld moesten worden naar mijn bank.

Na deze laatste uitspatting hield ik het wegens gezondheidsredenen voor gezien. Pas op tweeënveertigjarige leeftijd heeft mijn huidige, wel zéér beschaafde echtgenote mij weten te temmen. Maar ook zij kon enige tijd geleden de verleiding niet weerstaan een seksbel aan te schaffen. ‘Kijk eens Bobby,’ riep ze met een ondeugende blik, rinkelend met de rode bel. ‘Voortaan mag je mij alleen verwennen als je deze bel hoort.’

Conclusie:
Het keurslijf van de opgekropte uiterlijke beschaving noopt soms tot excessief banaal taalgebruik en pervers gedrag. Omdat vooral van vrouwen verwacht wordt dat ze zich altijd, onder alle omstandigheden ladylike  gedragen, vallen met name de wel uiterst beschaafde exemplaren door de mand als ze zich onbespied of in vertrouwd gezelschap wanen.