Ik wil niet meer, ik wil niet meer

19 april 2014 – Dat is wat ik het liefst zou willen roepen. Altijd maar in de pas lopen hangt mij mijlen ver de keel uit. Hoe ouder je wordt, hoe meer je je hoort te gedragen, althans dat is wat men van je verwacht. Nou dan zit je bij mij verkeerd. Mensen nemen zichzelf vaak te serieus. Doe eens gek. Speciaal bij hele nette dames krijg ik soms een bijna niet te onderdrukken neiging om raar te doen, vooral ongepast raar. Ik weet het: puberaal gedrag. Maar puberaal, vooral als het ongepast is, kan soms heerlijk opluchten.

Wij woonden naast een deftige dame van middelbare leeftijd, Hubertine van Laar, ze had een geaffecteerde freuleachtige spraak. Als ik haar zag lopen kon ik de neiging om over het balkon te gaan hangen en de longen uit mijn lijf te schreeuwen: ‘hé Van Laar, kom hier dan maak ik je klaar’ bijna niet onderdrukken. Maar als ze naar boven keek, zwaaide ik vriendelijk naar haar, deed het raam open en riep: ‘Prettige dag, mevrouw Van Laar.’

Laatst was ik in de Jumbo. Een oudere dame met een looprekje liep voor me te treuzelen. Ik stoorde mij er totaal niet aan, maar ik kreeg weer een giles de la touretteneiging om te roepen: ‘Hé-uh ouwe, uitgedroogde soepstengel, zie je niet dat er een hele file achter je staat of mot ik dat kolere looprek effe onder je perkamenten reet vandaan trappen.’ Maar ik ben een heer en hielp haar zelfs met een potje pindakaas pakken waar ze niet bij kon. Toen ben ik met haar meegelopen door de hele winkel en heb haar mandje gevuld met wat ze nodig had.

Ik zou bijvoorbeeld de vriendinnen van mijn vrouw spiernaakt willen ontvangen en dan nonchalantweg aan ze vragen: ‘Is er iets, je kijkt zo raar?’ Het is er nog niet van gekomen. Of als ik de koffie voor de dames heb ingeschonken, zeggen: ‘Dames ik ben effe naar het Amsterdamse Bos, potloodventen.’ Maar ook dat doe ik niet en zeg: ‘Ik ga weer verder aan de schrijverij.’ Dan knikken ze begripvol en vragen beleefd waar mijn nieuwe roman over gaat. Op mijn beurt verdenk ik ze er meteen van dat zij ook van die dwanggedachten hebben, zo van: ach man sodemieter toch op met die kutboeken van je, terwijl ze verholen naar mijn kruis kijken of ik links of rechts draag.

Iedereen heeft dwanggedachten, bij iedereen borrelen weleens woorden op die je nooit uitspreekt. Dat ontkennen is vooral oneerlijk tegenover jezelf. Het komt erop neer dat je jezelf niet wilt kennen. Je denkt dat je alleen maar rein en fijn bent en o zo wellevend, je zou dat zelfs hypocriet kunnen noemen. Putin is ook zeer wellevend, kijk maar hoe hij onze koning heeft ontvangen. Misschien dacht Willem Alexander wel: zit ik met die fascistische lul opgescheept, die homohater. En denkt Putin tijdens de uiterst wellevende conversatie: zo hé, dat wijf van hem zou ik weleens een flinke beurt willen geven. Maxima zal ongetwijfeld gedacht hebben terwijl zij onweerstaanbaar, doch beleefd naar haar gastheer glimlacht: eigenlijk maar een iel mannetje; al was hij de laatste man op aarde, met die engerd zou ik nooit tussen de lakens willen.

De conclusie is dat je nooit zult weten wat er echt in iemand omgaat, tenzij je heel vertrouwd met die persoon bent en hij of zij je een inkijkje in zijn of haar innerlijk geeft. Psychologen weten die gedachten feilloos uit het innerlijk naar boven te halen en concluderen dan dat verdere behandeling absoluut noodzakelijk is, omdat het constant binnenhouden tot excessen kan leiden, terwijl zij waarschijnlijk, en psychiaters in verhoogde mate, zelf de meest bizarre gedachten hebben, vandaar ook dat ze voor dat beroep gekozen hebben. Alleen hebben zij geleerd die gedachten te kanaliseren. De innerlijke mens intrigeert ze namelijk, anders waren ze wel een exacte wetenschap gaan studeren.

Verder concludeer ik dat mensen die al die dwanggedachten wel hebben maar ze stelselmatig ontkennen, zich uiteindelijk vreemd kunnen gaan gedragen, zelfs oorlogen kunnen ontketenen. Vele dictators waren nooit zo vernietigend voor de mensheid geweest als ze eerder hun frustraties/dwanggedachten hadden geuit en eventueel met behulp van een psycholoog of psychiater daar een evenwicht in hadden gezocht. Hetzelfde geldt ook voor narcistische types in de top van het bedrijfsleven of in de regering. Het gekke is dat dergelijke onbehandelde figuren vaak over een tomeloze ambitie beschikken zich maatschappelijk omhoog te werken. Tevredenheid kennen zij zelden. Kenmerkend is dat ze naar hun dwanggedachten zijn gaan handelen en over een bovenmatige hypocrisie beschikken.
Dus doe maar gewoon, erken de onbeheerste dwaas in jezelf, dan doe je gek genoeg.

Advertenties

Het braafste smurfje uit de klas

13 april 2014 – ‘Nederland gaat niet verder bezuinigen,’ zegt Jerommeke Dijsselblom, de smurf die over onze staatsknip gaat, tegen Brussel, waar de hoofdsmurfen zitten. ‘En en… dat geldt voor de hele kabinetsperiode, lekker puh.’ Bij het vorige gesprek kreeg hij nog een angsterectie, maar nu is het van pure overmoed en genot dat zijn champignonnetje omhoog wijst.

‘Zozo, manneke dat zijn krasse woorden,’ zegt de grote eurogoeroe van de Europese strafcommissie. ‘En de banken in dat smurfenlandje van jullie dan? Hoe staat het daarmee?’ ‘O, daar hoeft u niet bang voor te zijn. Onze banken zijn zo gezond als een aap in het oerwoud. Dus laat die stresstest maar komen. Wij zijn er klaar voor.’

Dat juist de banken in ons smurfenlandje te kampen hebben met overgefinancierde huizen, zeker nu de huisprijzen gedaald zijn en met goed fatsoen ook niet zomaar weer kunnen stijgen, maakt de banken in ons landje juist kwetsbaar. Banken keken voornamelijk naar de budgettaire kant en trokken een wissel op de toekomst. Naïef en slecht rentsmurfschap. De regeringsmurfen keken weg, ze  zaten als verlamd. Lieten Gods water over Gods smurfenakkertje lopen en hielden de hypotheekrenteaftrek en de smurfhartige hypotheekgaranties aan de banken in stand. Ons smurfenlandje werd een luilekkerlandje, maar ook een tikkende tijdbom. Dat weet Jerommeke ook heus wel.

Jerommeke trekt een denkrimpel. Hij weet even niet wat hij moet antwoorden. De grote eurogoeroe is een wijs man en beslist niet gek.  Het is een ingewikkeld probleem. Als de banken zich nu ineens weer zouden gedragen als in de jaren zestig en zeventig, toen iedere smurf maximaal 90% van de executiewaarde op zijn huis als hypotheek kon krijgen en de rest aan eigen geld moest inbrengen, dan smurft de huizenmarkt helemaal in en komen er nog meer huisbezitters onder smurf te staan. Dat is niet goed voor de bankbalans en ook niet voor de overheidsfinanciën vanwege de Nationale Smurfgarantie.

Op slag is zijn euforische stemming verdwenen. Dat kon weleens geld gaan kosten, verdikkie! En dat geld is er niet. ‘Ik ga er weer eens vandoor,’ zegt Jerommeke. Hij staat meteen op en loopt de zaal uit. Daar is hij nog net goed van afgekomen. In de auto denkt hij na: Onze banken zijn failliet of moeten op zijn minst surseance van betaling aanvragen, denkt hij. Als ik ze zou moeten financieren, zou ik ze geen cent krediet geven. Daarom doen ze natuurlijk nu zo moeilijk en terughoudend! Niet in paniek raken, altijd blijven denken. Jerommeke krabt zich achter zijn oor. Dan krijgt hij een visioen van een paardenmenner die op de bok zit en probeert een op hol geslagen span paarden in bedwang te krijgen. Heel langzaam smurft hij de teugels aan en trekt het bit strakker in de bek, maar voordat hij stilstaat…

Op korte termijn geen verbetering, leert hij uit het visioen. Pappen en natsmurfen, zorgen dat hij niet in het ravijn terechtkomt, wat kan hij anders? NIETS! De bankenunie, de bewindgoeroe van alle Europese banken zal erop moeten toezien dat er geen rare uitwassen meer plaatsvinden. De stoute banksmurfjes moeten netjes in het gareel gaan lopen, niet één uitgezonderd. Ze moeten weer behoudend worden, op het conservatieve af. Er mag alleen nog een bescheiden smurfbonusje worden uitgedeeld aan het braafste smurfje uit de klas omdat hij het conservatiefste en behoudendste smurfje is.

Opeens ziet hij het helder voor zich. Alle banksmurfen moeten verplicht naar een filmpje kijken waar de oud-oppersmurf van de toezichthouder op alle banken, Nout Schelmbink met een fopspeen in zijn mond en een luier om door een pleegzustersmurf wordt afgerost, omdat hij niet goed heeft opgelet.

Jerommeke lacht in zijn vuistje en wrijft zich vergenoegd in zijn handen. Elke week een filmpje van een andere banksmurf, denkt hij. Dat haalt de fut er wel uit. En ondertussen maar hopen dat als de huisprijzen aantrekken, de banken als tegenwicht voor de verandering eens een anticyclische beweging maken, en zo een stevige smurf op de markt houden. Met ieder jaar een beetje inflatie en een lichte economische groei, smurfen we gedurende 20 jaar weer wat vlees op de botten. Maar dan mag er nu ook niets meer fout gaan. Anders wordt het niks met ons smurfenlandje en kunnen we beter meteen door Duitsland ingelijfd worden. Want daar hebben ze de grote vrouwtjessmurf Angela en die is niet voor de poes.

Het menselijk tekort

10 april 2014 – Soms zou je willen dat je een pil kon slikken en er niet meer zijn. Soms is opgaan in het grote niets te verkiezen boven de pijn van het aardse bestaan. Soms word je zo diep gekwetst en teleurgesteld dat je net als bankier Schmittmann er een eind aan wil maken. De appel valt niet ver van de boom. Ik kom tenslotte ook uit het bankvak voort. Iedereen roept dat die Schmittmann een slecht mens is en spreekt schande van zijn wanhoopsdaad. Maar terugkijkend op zijn loopbaan, zou het zomaar kunnen dat de man niet meer naar zichzelf kon kijken als hij voor de spiegel stond. En dat hij om het ontegenzeggelijke leed van zijn gehandicapte dochtertje en zijn vrouw te besparen, hen heeft meegenomen naar de dimensie van voor onze geboorte. Een daad van menslievendheid zou je kunnen zeggen. Alleen mijn studerende dochter heeft nog een kans in deze maatschappij, moet hij gedacht hebben. Die inschatting heeft Schmittmann zeker gemaakt. Bankmensen wegen namelijk altijd alles af en nemen een beslissing, ook al is het een beslissing die veel leed veroorzaakt en zelfs fataal is, maar waar niet aan te ontkomen is.

Terugkijkend op mijn eigen bankleven, vooral in de jaren tachtig toen ik behoorlijk wat macht had, heb ik veel beslissingen genomen die mij, als ik nu in de spiegel kijk, nog steeds als duistere demonen bespringen, maar hé het was toen ook crisis. Ik moest een aantal kantoren die op sterven na dood waren redden. En zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Verstand op nul, blik op oneindig en rammen met die hap. Er was geen tijd voor knippen langs het lijntje, dus werd de grove schaar gehanteerd. Ik had toen een ware knokploeg die voor mij door het vuur ging en ik voor hen. Maar we hebben het gered, behalve ik. Ik was na een aantal jaren de maffioso uithangen finaal op en ben toen rustiger werk gaan doen.
Dus ook, je zou bijna zeggen: zélfs, een bankier is een mens, vroeg of laat wordt ook die met zichzelf geconfronteerd, zoals elk mens moet ook die rekenschap afleggen voor zijn daden.

Denk vooral niet dat alleen bankiers de slechteriken onder ons zijn. Wijzen is tegenwoordig een trend. We staan heel gauw met ons vingertje klaar. Het kwaad schuilt soms in heel kleine dingen, zoals onachtzaamheid en verwaarlozing of onnadenkendheid soms veel verdriet kunnen veroorzaken. Iemand waarvoor je veel hebt gedaan en die je dacht te kunnen vertrouwen laat je vallen, iemand waarvan je dacht dat het je vriend was steekt een dolk in je rug, zijn daarvan een paar voorbeelden. Dan zijn er natuurlijk de puur slechte zaken, zoals: politici die glashard staan te liegen, pastoors en dominees die kleine jongetjes misbruiken, homo’s die doodgeslagen worden. Wat dacht je van de huidige situatie in het Midden-Oosten en de glasharde ontkenning van wandaden in het verleden, bijvoorbeeld: de genocide op de Turkse, orthodox-christelijke gemeenschap (lees ‘Een echo uit een onverwerkt verleden’ van Stire Kaya). En wat erin het Midden-Oosten en Oekraïne gaande is, is nou ook niet bepaald hoopgevend voor de betrokkenen in het bijzonder en voor het mensdom in het algemeen.

Is de mens per definitie slecht? Het kwaad schuilt in ons allemaal: la condition humaine, oftewel het lot van het mensdom, waar hij geen macht over heeft en waar hij schromelijk tekortschiet en dus ook in de kunst om te lijden. Alleen dat te erkennen en vooral tijdig te HERkennen maakt de kans groter om een heel klein beetje een beter mens te worden. Dus veroordeel Schmittmann niet. Hij was niet slechter of beter dan wij. Hij was een mens, had emotie, zag zichzelf in de spiegel en zag nog maar één uitweg. Maar was hij uniek in zijn zelfkennis? In elk geval nam hij de consequentie van wat hij in die duistere spiegel zag. Kijk zelf eens in de spiegel. Nee, nee, niet weglopen nu. Blijven staren, niet zomaar staren, maar zo dat je via de iris van je ogen in je hersenen kruipt. Ja, ben je binnen? Daal dan nu af naar de krochten van je ziel.

En… Wees eens eerlijk! Zag je ook dat monster dat in je huist en waar je je hele leven al tegen vecht? Of zag je een engel? In het laatste geval ben je een in- en ingoed mens, stekeblind of ontstellend naïef. Het kan ook zijn dat je nog eens goed in die spiegel moet kijken.