Een eerlijk oordeel, meer vraag ik niet

Van een van mijn goede vriendinnen kreeg ik de schoorvoetende opmerking: ‘Robert je pakt het verkeerd aan.’ Daarmee doelde ze op mijn actie om via de verkoop van mijn boeken de Voedselbank te steunen. Haar stelling is: je bent een bankier en daarom wantrouwt iedereen je. Ze denken: jaja, eerst je zakken vullen en nu een beetje mooi weer spelen, fuck you! Dat ze gelijk heeft blijkt wel uit de bedreigingen die ik de laatste tijd mag ontvangen.
Ik zou een vuile stinkbankier zijn die eerst zijn eigen bonus maar aan de Voedselbank moet geven alvorens bij anderen te gaan bedelen. Weer een ander wenst mij een acute armoedeval toe en hoopt dat ze mij bij de Voedselbank gif te vreten geven, zodat ik ‘de moord steek’. Er zijn er ook bij die zeggen mij op te wachten en mij dan mijn vuile bonuskop van mijn romp trekken. Vrij lachwekkend, maar het geeft wel aan hoe diep de gevoelens liggen.

Who the fuck is Thomson en wat denkt hij wel, arrogante klootzak. En ze hebben gelijk. Maar in één ding hebben ze geen gelijk en dat is waar het mijn vermeende rijkdom betreft. Ik ben gewoon een middenmoter, die omdat zijn afdeling werd opgeheven van zijn werkgever een regeling heeft meegekregen om het, zij het met minder dan voorheen, tot aan zijn pensioen uit te zingen. Desalniettemin verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik niet van de Voedselbank afhankelijk ben. Ik had de eerste 38 maanden me kunnen melden bij het UWV voor een ww-uitkering, maar dat vond ik ongepast en onethisch. Die uitkeringen zijn voor mensen die het echt nodig hebben, dat is wat anders dan volgens de wetgeving er recht op hebben en er daarom ook maar gebruik van te maken.

In de jaren tachtig was ik daadwerkelijk bankier. In de toenmalige crisis, ik was toen 32, werd mij gevraagd om een aantal kantoren te saneren. Die kantoren hadden zich schuldig gemaakt aan het ongebreideld verstrekken van leningen aan het bedrijfsleven. Ik was verantwoordelijk voor de sanering. Die periode bleek dat ik mentaal anders in elkaar zat dan ik wel dacht. Ik zag toen hoe de zachte heelmeesters in het verleden stinkende wonden hadden gemaakt, veelal doordat zij het eigenbelang daarbij niet vergaten, of zelfs vooropstelden. Ik werd er kotsmisselijk van en heb na vier jaar mijn oude baan van hoofd kredieten op mijn oude goedlopende kantoor teruggevraagd. Ik moest bijkomen van een maagkanker, die ik naar mijn stellige overtuiging door al dat machineren van de afgelopen jaren had opgelopen.

Maar mijn oude, vertrouwde baas die mij het vak had geleerd ging weg. Er kwam een nieuwe, ik kende hem. Hij wilde groei en hij zou weleens laten zien dat het rayon wel degelijk nog potentieel had. Ondanks mijn waarschuwingen verstrekte hij miljoenen aan bedrijven die hun lening nooit meer konden terugbetalen. Ik weet wat daarbij zijn drijfveer was. Misschien schrijf ik er ooit nog eens een boek over. Neuh, beter van niet!

Om een lang verhaal kort te maken, ik ben dus maar een heel gewoon mannetje, dat veel gezien heeft en daarom heel goed weet waar het in de maatschappij aan schort. In de jaren negentig besloot ik te stoppen met bankieren. Ik besloot om medewerker IT te worden. Dat heb ik jarenlang met veel plezier gedaan. Mijn vroegere collega’s wilden mij niet meer kennen. Zij, die nog niet om dwingende redenen waren ontslagen, vonden dat ik was afgegaan als een reiger omdat ik zulk prutswerk deed. De personal computer deed toen pas zijn intrede op de kantoren. Ik schoolde me bij op het gebied van de informatica.  Algauw wist ik doordat ik altijd in leidende functies had gezeten het aantal pc’s uit te breiden tot één op één per medewerker.
In de tweede helft van de jaren negentig kon ik het toch niet laten en schreef een brief aan de toenmalige raad van bestuur, die ik erop wees dat zij met hun gekunstelde hypotheekproducten niet alleen een groot risico binnenhaalden, maar ook door hun onverantwoord hoge financieringen de huisprijzen opdreven. Dat werd mij hoogst kwalijk genomen. Men gaf mij te verstaan dat men geen prijs stelde op negatieve uitingen ten aanzien van het beleid en dat ik mij daarvan moest onthouden.

Ik ben uiteindelijk geëindigd met een kleine afdeling die verantwoordelijk was voor het landelijk functioneel ontwerp telefonie op de kantoren. Met nog twee collega’s runden we die afdeling en zorgden we gezamenlijk voor de implementatie van nieuwe telefoonsystemen die door de KPN werden geplaatst. Nooit hebben wij daar ooit een bonus voor gevangen of smeergeld getoucheerd. De samenwerking met de medewerkers van KPN was er een die gebaseerd was op wederzijds respect en vertrouwen. Ook droegen wij het dienstbaar zijn aan de wensen van de medewerker op de werkvloer hoog in ons vaandel. Wij waren als enige hoofdkantoorafdeling laagdrempelig en wars van de inmiddels gangbare formulierenstroom om iets aan te vragen of gedaan te krijgen. Gelukkig had ik de laatste jaren een baas die daar net zo over dacht en ons vaak als voorbeeld stelde ten opzichte van andere afdelingen.

Dat ik een bankier zou zijn die zich volgevreten zou hebben aan smeergeld, bonussen en onterechte regelingen is dus helemaal niet waar. En dat geldt voor de meeste bankmensen. De overgrote meerderheid doet gewoon zijn of haar werk. Er zijn enkele narcistische types die het eigenbelang vooropstellen, dat is zeker waar. Banken zijn nog niet waar ze zijn moeten, de bankenunie is een stapje, met de nadruk op ‘je’, in de goede richting. De solvabiliteitsnorm van 4% hard eigen vermogen is slechts een beginnetje, 40% komt meer in de richting, maar dat krijg je niet in een paar jaar voor elkaar zonder de economie te schaden. De behoudende, integere bankier moet weer terug in de ceo-zetel. Daar moeten we weer naartoe. Dat betekent ook een extra verantwoordelijkheid voor overheden, en daar wringt de schoen nog wel wat. Die verantwoordelijkheid is nog vaak ver te zoeken. Men rommelt wat in de marge. Daarom moeten we met z’n allen kritisch blijven.

Dat ik nu met mijn actie begonnen ben om via de verkoop van mijn boeken de Voedselbank te steunen is omdat ik juist géén bekende Nederlander ben, en als ik niets gezegd zou hebben en zonder ophef de opbrengst van mijn boeken over zou maken naar de Voedselbank, er maar een zeer beperkt bedrag beschikbaar zou komen om te doneren. Ik promoot mijn boeken, niet om er zelf beter van te worden, maar om een bijdrage aan de samenleving te leveren waar dat het hardst nodig is.  http://www.facebook.nl/thomson.goededoel
Wanneer men het nodig acht om mij haatmails te blijven sturen en bedreigingen aan mijn adres te uiten, dan zal ik die terzijde leggen. Ik heb mijn best gedaan open en eerlijk te communiceren om een eerlijk beeld van mijzelf te geven.

Dank dat jullie de moeite genomen hebben even met mij mee te willen lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s