Elfjes, ze zijn er nog

23 maart 2014 – Onze voorraad waskaarsen was op, dus ik naar Egmond om daar handgemaakte abdijkaarsen te halen. De abdijwinkel wordt normaliter gerund door wat oudere dames, maar deze keer zag ik ze niet. Ik dacht: die zijn even met wat anders bezig, ze zullen zo wel komen. Ik pakte vijf pakken gewone waskaarsen en legde ze op de toonbank neer. Vervolgens liep ik naar de plank waar de grote kaarsen stonden. Daar begon ik mijn armen vol te laden met van die joekels. Hoor ik opeens een engelachtig stemmetje achter mij: ‘Zal ik u even helpen?’ Ik draaide mij om. Een beeldschoon, fragiel elfje met ravenzwarte vlechtjes en lachende, grote, bruine kijkers was stralend en wel uit de hemel neergedaald. ‘Geeft u die maar vast aan mij,’ zei het wezentje. Een momentje maar liet ik mij in vervoering strelen door de aanblik van dit wondertje, toen legde ik drie grote kaarsen in haar  armpjes, die ze vragend naar mij uitstak. Het liefst had ik ze even geaaid. Het liefst had ik het bijna etherisch schepseltje opgetild en in mijn armen genomen om haar in een glazen doosje te stoppen. Dan zou ik uren naar haar blijven kijken terwijl zij pirouetjes voor me draaide. Maar elfjes mag je niet ontvoeren. Van elfjes moet je afblijven. Moeder Maria is een stinkende bostrol vergeleken bij dit fragiele creatuurtje.

Ik pakte zelf ook gauw drie grote kaarsen en liep achter haar aan naar de toonbank. ‘Ik ga ze eerst even netjes voor u inpakken,’ zei het elfje. Ik volgde elke beweging die ze maakte, hoe ze met haar slanke vingertjes stukjes tape op de rand van de toonbank plakte, hoe ze de grote kaarsen twee bij twee in een papier wikkelde, af en toe lachend even opkeek, en dan de stukjes tape één voor één op de ingepakte kaarsen plakte. Ze plakte zelfs de deksels van de vijf dozen, met in elke doos tien kaarsen, dicht. ‘Ja, want ze kunnen opengaan.’

‘Nou, u heeft er wel veel, hoor,’ zei ze terwijl ze de kaarsen verdeelde over twee papieren tassen. ‘U bent zeker een geestelijke?’ Ik moest haar teleurstellen. ‘Nee, dat ben ik niet. Wij branden elke avond kaarsen voor de sfeer.’ Ze knikte. ‘O, nou maar dat is toch ook goed,’ zei ze. Toen ik afgerekend had, gooide ze koket haar vlechtjes naar achter, hield haar hoofdje schuin en lachte een stralende lach. ‘Kom. Ik loop even met u mee, want ze zakken zo door de bodem van de tas. Dat is wel een beetje zonde.’ Ze trippelde parmantig voor me uit. ‘Is het die blauwe?’ vroeg ze. ‘Als u het portier openhoudt dan leg ik de tassen op de achterbank.’ Ze had me volledig betoverd en kon mij alles vragen. Ik opende het achterportier. Ze dook meteen voorover en zette behoedzaam eerst de ene en toen de andere zware tas op de achterbank. Ach hoe mooi en onschuldig nog, dacht ik. ‘Hoe oud ben jij?’ vroeg ik toen ik uitgedacht was. Ze kwam overeind, gooide met een hoofdgebaar haar vlechtjes weer naar achter, en zei met een ontwapenend stemmetje waardoor ik helemáál wegsmolt: ‘Ik ben veertien, in mei word ik vijftien.’ Ik knikte. ‘En werk je hier op alle zaterdagen?’ vroeg ik door. ‘Ja, maar het verdient niet veel hoor. Zo veel kaarsen als u gekocht heeft, dat verdien ik niet eens. Ik krijg vijfentwintig euro. Dat is alleen voor de zaterdagmorgen, want ’s middags moet ik paardrijden. Nou, doei.’ Ik bleef bij de auto staan kijken hoe ze naar binnen liep, af en toe maakte ze een huppeltje. Vlak voordat het gebouw haar opslokte keek ze nog even om, hield haar hoofdje schuin en zwaaide naar me. Ik zwaaide terug. Mijn dag kon niet meer stuk. Elfjes bestaan dus nog wel, maar je komt ze nog maar zelden tegen. Vanavond brand ik een kaarsje voor haar en wens dat ze altijd in elfenland mag blijven. 

Advertenties

Als schrijver word je rijk!

Als dat toch eens waar was, dan liepen er heel wat meer miljonairs in Nederland rond. Als je door een uitgever, en dan heb ik het over de gevestigde orde, al wordt uitgegeven dan krijg je te horen dat als je eerste oplage van 2000 tot 3000 boeken vlot verkocht wordt en er een duidelijke vraag naar meer van jouw boeken is, je dan pas wat gaat verdienen. Uitgevers, en ik heb het nog steeds over de gevestigde orde, zijn niet gek. Bij een debuut, als je tenminste zo’n ouwe lul bent als ik, is men over het algemeen niet scheutig met het uitdelen van royalty’s aan de auteur. Meestal hanteert men een getrapt stelsel. De eerste 2000 niets, de volgende 3000 ongeveer € 0,75 per boek en daarboven € 1,= per boek tot 20.000. Als je een bestseller blijkt te zijn en je verkoopt 100.000 exemplaren dan kan er wel € 2,= vanaf. Dat betekent een inkomen van ca € 175.000,=. Klinkt niet gek. En al helemaal niet als dat in één jaar is.
Maarrrrrr… Wie verkoopt er 100.000 boeken? Daar moet je wel heel wat voor doen. Als je een aantrekkelijke jonge vrouw bent met twee welgevormde selling points, en bereid bent die assets in te zetten voor de goede zaak en je doet braaf je door de uitgever geregisseerde kunstje in de media, kom je een heel eind. De redactie heeft dan wel je boek inmiddels herschreven en voorzien van veel hitsige teksten die er bij het grote publiek ingaan als warme Apfelstrudel. Maar voor hoe lang? Zo’n meiske wordt er gewoon even doorgedraaid zoals dat heet. Uitmelken tot ze leeggemolken is, als een hoer die je na gebruik aan de kant gooit op zoek naar een verse jonge meid die haar plaats inneemt.

Ben je een man op leeftijd die zijn eerste roman schrijft, dan moet je kwaliteit leveren, dan komt het er echt op aan dat de boeken goed zijn en zelfs dan moet zo’n opa als ik hier en daar zijn kunstje vertonen. Lezinkje geven, lollig, vooral lollig zijn, want daar houden vrouwen van, want vrouwen tussen de 25 en 60 zijn dan meestal je lezers.

De meeste schrijvers zijn spekkoper als ze 5000 boeken verkopen. Dan moet je ook nog rekening houden met de steeds korter wordende levenscyclus van een boek. Als je boek twee jaar goed verkoopt is dat een unicum. Meestal piekt het boek vlak na het uitkomen, omdat de uitgever op dat moment op de tam tam roffelt. Bij het verschijnen van een tweede boek, en zeker als dat een succes is, loopt het eerste ook weer een endje mee en bij het derde… enfin, jullie begrijpen het.

Als je je boek in eigen beheer uitgeeft, dan doe je het goed als je 300 exemplaren verkoopt. Als je bij een uitgever zit die nog niet zo bekend is, maar wel hogere marges voor de auteur hanteert en je valt goed bij een organisatie als NBD Biblion, dan kun je aan de 1000 boeken komen, tenzij je echt doorbreekt en iets speciaals hebt geschreven waar iedereen over spreekt, maar dan nog moet je boek wel in de boekhandel liggen. En daar zit het probleem. Kleine uitgevers hebben niet de commerciële middelen om de boer op te gaan. Boekhandels zijn doorgaans nogal behoudend en houden zich liever bij de traditionele uitgeverijen. Je gaat natuurlijk als zichzelf respecterend schrijver niet zelf als een marskramer langs alle boekhandels. Dat is trouwens onbegonnen werk. Dan moet je het dus voornamelijk hebben van de Cosmoxen, de Bol dot coms en andere grote internetboekhandels. Dat is op zich niet verkeerd, maar dat iemand je daar vindt is meer een toevalstreffer. De uitgever is dus cruciaal voor een schrijver. ‘Wat is uw marketingbudget en hoe zet u mij in de markt?’moeten de eerste vragen zijn van een schrijver. Niet: ‘Hoeveel verdien ik aan een boek?’ Je kunt beter € 0,50 per boek verdienen van 10.000, dan € 2,00 per boek van 500 verkochte exemplaren.

Slechts 20% van alle schrijvers kunnen van hun schrijverij leven en een handjevol wordt er rijk van, zoals Saskia Noort, Arnon Grunberg en nog een paar. Van Saskia Noort kun je zeggen dat ze een gelukkige hand van schrijven heeft en goed in de markt gezet is door Ambo Antos. Kwalitatief zijn haar boeken niet geweldig. Zij moet het hebben van de spanning en de plot. Maar als je eenmaal weet hoe het zit, lees je zo’n boek niet gauw nog eens. Grunberg is een heel ander verhaal. Dat is een van de grootste schrijvers, zo niet de grootste, van onze tijd. Zijn boeken kun je moeiteloos nogmaals lezen en je ontdekt weer iets nieuws. Bij Arnon zit altijd een verhaal achter het verhaal, achter de eenvoudigste zin een diepere betekenis. Schrijvers als Arnon zijn zeldzaam. Hij wordt ook niet voor niets in 26 landen uitgegeven. Neem nou iemand als Connie Palmen, die kan er nog geen droog brood van eten. Zwagerman moet ook bijklussen en Thomas Rosenboom komt ook niet bepaald in de Quote 500 voor. Toch allemaal gerespecteerde en gelauwerde schrijvers.

Nederland is maar een klein land en ons taalgebied is niet groter dan Nederland en Vlaams België. Suriname en De Antillen zijn te verwaarlozen. Dus wil je een groter afzetgebied, dan moet je je boek al vakkundig laten vertalen en daar komen niet alle boeken voor in aanmerking.

Neuh, van schrijven word je niet rijk, behalve ik dan. En hopelijk ook de Stichting Voedselbanken Nederland, want daar gaat de opbrengst van mijn boeken in 2014 naartoe. Ik stel mijn droom van 100.000 boeken nog niet bij, dat zou een bedrag van zo’n 2 ½ ton betekenen, ik noem het voorzichtigjes. Dromen jullie met mij mee die droom te laten stollen tot werkelijkheid. Ik heb mijn best gedaan leuke boeken te schrijven. Nu zijn jullie aan zet!

http://www.facebook.com/thomson.goededoel

Mijn zevende leven

16 maart 2014 – Rijdend op de Duitse Autobahn, 230 op de teller. Een flauwe bocht naar links. Opeens een fiets die zich losmaakt van het dak van mijn voorganger. Een ruk aan het stuur. De fiets en mijn voorganger ontweken, maar dwars voortglijdend, tegensturend komt de vangrail naderbij. ‘Dit was het!’ schreeuw ik als een kamikazepiloot vlak voordat hij op het dek van het schip te pletter slaat. Een plotsklapse enorme zwaai van de achtersteven. Ik vlieg de andere kant uit richting de grasberm, daar krijg ik hem eindelijk nog wat kwispelend met zijn kontje recht. Trap op de rem, maar dat gras remt niet, zelfs niet met abs. De graspollen vliegen als een boeggolf langs mij heen. Onder de auto hoor ik een paar doffe klappen. Hij springt op uit een paar kuilen. Ik verwacht dat mijn spoiler er elk moment af kan vliegen. Eindelijk komt mijn trouwe 407 tot staan en ronkt nog wat na als een paard dat op hol geslagen was. Ik luister naar het bonken van mijn hart, niet in staat mijn bevende lichaam onder controle te krijgen. Zo veel adrenaline verwerk je niet meteen. Ik stap uit en bekijk mijn trouwe ezel. Alles is zowaar ongeschonden, behalve een kras op het achterspatbord, waarschijnlijk van een tak, is er niets aan de hand. Uit de BMW die voor mijn auto parkeert stappen twee agenten. Ze hadden het allemaal op afstand gezien. Mijn voorwielen zitten ingegraven in een diep spoor. Met een trekkabel bevestigd aan hun trekhaak helpen ze mij eruit. Ze raden mij aan om bij het eerste de beste tankstation te stoppen en mijn auto door de wasserette te halen, en meteen even onder de auto te kijken. Dat doe ik. Wanneer ik onder mijn schoongewassen auto kijk, zie ik niets bijzonders. Remmen, sturen, schakelen doet hij net als voorheen, dus ik maak mij geen zorgen. Gelukkig maar, want ik moet om 10 uur in Zwolle zijn voor de auteursdag. Afgezien van de vlakke plekken op mijn achterbanden, waardoor een tjompend geluid door de auto trekt, rijdt hij normaal. Om half tien parkeer ik mijn bolide in de parkeergarage.

Om vier uur stap ik weer in de auto om mijn volgende missie te volbrengen, een oude tante in Zevenaar help ik elk jaar met haar belastingaangifte. We doen eerst de belasting, een kwartiertje werk, daarna babbelen we wat. Tante vraagt of ik nog steeds bij die bank ben. Ik zeg dat ik al 63 ben en er sinds mijn 58ste al niet meer werk. Het mensje is stomverbaasd. Ze ziet mij waarschijnlijk nog als het kleine neefje. Na het eten vertrek ik huiswaarts.

Bij het nemen van de hobbels over het bospad hoor ik het al, de rechter fuseekogel rammelt behoorlijk. Ik geef een paar rukken aan het stuur, maar mijn trouwe vierwieler gehoorzaamt prompt en messcherp. Echter bij Arnhem begint hij zwaar te sturen. Ik besluit toch door te rijden, maar dan wat langzamer. Niet harder dan 80 sukkel ik over de A12. Als ik onze straat indraai vliegt het stuur zowat uit mijn hand. Het inparkeren heeft iets weg van armpjedrukken. Ik moet denken aan de tijd dat ik samen met een vriend in een oude Krupp vrachtwagen met oplegger en zonder stuurbekrachtiging naar Italië reed. De vader van die vriend had een transportbedrijf en wij mochten in de vakantie een lading fondant wegbrengen. In de bergen moest je op tijd met tussengas terugschakelen anders kwam je de berg niet op. Je moest ook spierballen hebben om de haarspeldbochten te nemen. Wanneer ik bij het uitstappen onder mijn auto kijk zie ik het al, het stuurhuis had blijkbaar zo’n oplawaai gekregen dat het laatste restje hydraulische vloeistof wegdrupt op de straat.

Onder het genot van een kop koffie vertel ik mijn echtgenote wat mij op de Duitse Autobahn is overkomen. Haar enig commentaar is: ‘Jij komt er voorlopig niet meer uit en je gaat maar een nieuwe auto kopen, want in deze krijg je mij niet meer.’ ‘Ja, je hebt gelijk. Ik ga morgen een Porsche kopen. Die kunnen zo’n snelheid beter aan.’ Dat had ik beter niet kunnen zeggen. ‘Jij gaat helemaal geen Porsche kopen, jij gaat deze lijst met klusjes in huis afwerken. En dan zullen wij nog weleens zien. Want als jij je als een bezetene gedraagt op de Duitse Autobahn, zonder aan mij en aan je dochter te denken, dan ben jij geen auto waard. Voorlopig blijf jij thuis.’ Werd ze maar kwaad, ramde ze desnoods huilend met haar knuistjes op mijn borst, mij voor idioot uitscheldend, dat is minder erg dan dat beschaafde, dat onderkoelde. Dat superieure, gedecideerde toontje, waardoor ze mij in haar macht heeft en ik weer een nietig klein boefje wordt dat weer eens kattenkwaad heeft uitgehaald.

’s Avonds in bed onderneem ik een flauwe toenadering, maar het is nog te vers, ze heeft het nog niet verwerkt. Blijkbaar ligt het nog te gevoelig. Dus dat zou de komende dagen, of God mag weten hoe lang, mij ook nog worden ontzegt. Het ultieme middel waarmee je een man kunt straffen. Tweehonderddertig is blijkbaar de grens. Langzaam dringt het tot mij door dat ik dan weliswaar aan het prille begin sta van mijn 7e leven, maar dat het ontegenzeglijk beter ware geweest als ik nooit geboren was, want ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat ik met dit verhaal zelfs niet op begrip hoef te rekenen bij mijn dochter. Ik vrees met grote vreze dat mijn volgende bolide zo’n veredelde elektrische scootmobiel wordt met een rond bord erop waar ‘45 km/u’ op staat. Zeg nou zelf dat is toch onredelijk, dan voel je je als man toch gecastreerd.

ING een doorgeefluik?

10 maart 2014 – Waar ik altijd met trots over onze enige echte bank praat, ING, slaat mij nu toch de schrik om het hart. Iemand bij ING heeft het plan opgevat om onze betaalgegevens ter beschikking te stellen aan bedrijven, om hen een beter inzicht te geven in ons koopgedrag. Daarmee stelt ING zich op één lijn met Google, Facebook, Albert Heijn (bonuskaart) etc. Blijkbaar hebben ze bij ING niets beters te doen. Maar laat ik niet generaliseren. Er is er ten minste één die niets beters te doen heeft.

Even een stukje terug in de tijd. In de jaren negentig hadden banken en dus ook ING eveneens van die creatieve geesten in dienst die mooie producten bedachten waar iedereen rijker van werd, en niet in de laatste plaats zijzelf. Later bleek dat die scheppende geesten iets over het hoofd hadden gezien  –  ik ga niet uit van te kwader trouw. De bomen bleken opeens toch niet tot in de hemel te groeien. Het woord crisis bestond nog steeds, niet alleen in Van Dale, maar ook in de praktijk. En omdat onze eminente productenscheppers niet op tijd een halt werd toegeroepen, spatte de luchtbel in het eigen gezicht van de bank uit elkaar. Hoe stom kon je als bank zijn dat te laten gebeuren. Een van de oorzaken bij ING was wel dat er een Walloniër aan het roer stond. En weer: hoe stom kun je zijn? Iemand die alles wat Nederlands is haat, inclusief de taal, moet je niet aan het hoofd zetten van een grote Nederlandse bank. En al helemaal niet voor € 6.500.000,= per jaar. Men had kunnen weten dat hij de ING alleen maar ter verrijking van hemzelf zou gebruiken. Hoe heet hij nou ook alweer, ik kan even niet op zijn naam komen, iets met Tilman erin. TILMANT. Nomen est omen (de naam is een voorteken), en als je dan nog Michel heet, wat zoveel betekent als: ‘die als God is’.  Dus kort gezegd: die ‘tilman’, als je het op z’n  Frans uitspreekt, die als God is en dan ook nog uit Wallonië komt, waar ze het toch al niet breed hebben, moet wel gedacht hebben dat hij van de hel in de hemel kwam. De realiteit is dat de man de bank miljarden heeft gekost door zijn hang naar groei en nog meer groei en zijn gebrek aan lange termijnvisie en economisch inzicht. Een naïeve bankcommissaris Wim Kok, opleiding Nijenrode, noemde het een duivels dilemma, toen de man die als God was een miljoenensalaris vroeg.

Waarom haal ik dit oud zeer naar boven? Om maar aan te geven dat naïviteit en meerennen met de waan van de dag elke bank, dus ook ING, behoorlijk kan schaden.  Als oplettende consument moeten we de vinger aan de pols houden, want een bank is een bank en die doet nooit zomaar iets. Dus wat zit hier achter kun je je afvragen. Mijn gevoel zegt: drijf de vrucht af nog voordat het kind volgroeid is.

Hans Hagenaars, de man die ervoor zorgt dat onze gegevens straks zonder onze toestemming op straat liggen, komt, net als W. Kok, van Nijenrode. Hij begon zijn loopbaan in de financiële dienstverlening bij ABN AMRO. Daar was hij productmanager sparen en beleggingsfondsen en afdelingsdirecteur Business Unit Hypotheken. In 1989 werd hij gedetacheerd vanuit ABN AMRO bij McKinsey voor het project strategische heroriëntatie. In 1991 maakte hij de overstap naar Royal Nederland/Allianz als marketing manager. Hagenaars trad in 1999 in dienst bij de ING Groep als hoofd relatiemarketing en lid van het managementteam van de Postbank.

Een korte analyse: Nijenrode heeft toch een zweem over zich van rijkeluiszoontjes die klaargestoomd worden voor het old boys network. Daar leer je vooral hoe je elkaar de bal moet toespelen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat waar ik vandaan kom, je dat ook grondig leert. Dus  laat ik het zo zeggen: een gezonde scepsis is hier op zijn plaats. Productmanager Sparen en beleggingsfondsen bij ABN AMRO is niet echt een aanbeveling. Sparen in combinatie met beleggingsfondsen riekt sowieso naar een contradictio in terminis en al helemaal bij de ABN AMRO. En afdelingsdirecteur Business Unit Hypotheken ook niet echt, waar mondde dat ook alweer in uit? Hypotheken! Van die mooie hypotheken hebben velen nu nog nachtmerries. En als de bank eens goed op de eigen balans kijkt zou die er ook nachtmerries van moeten krijgen. Tja, en dan hebben we nog dat project strategische heroriëntatie. Vaag, uiterst vaag. Met heroriënteren, vooral als dat strategisch is, bedoelt men meestal: ‘hoe komen we uit de shit zonder gezichtsverlies en hoe vegen we het onder het tapijt’.  En toen de overstap naar Allianz. Als je Allianz zegt, zeg je woekerpolissen. Laat volstrekt helder zijn, ik beschuldig niemand, hoor, en zeker meneer Hagenaars niet. Ik zou niet durven. Iedereen verdient het voordeel van de gerede twijfel en  wie zonder zonden is werpe de eerste steen. Ten slotte kon hij toetreden tot het managementteam van de Postbank. De bank die maar in één ding goed was. Namelijk het betalingsverkeer. Ere wie ere toekomt. De rest was waardeloos, maar het betalingsverkeer was goed.

Ik hoor jullie denken. Inderdaad, het kringetje is rond. Betalingsverkeer! En wat kun je daar toch leuke dingen mee doen. Neuh meneer Hagenaars, doe maar niet. Maak van ING geen goedkope grabbelton voor afzetgeile winkelketens. Zet je klanten niet als marketinghoeren achter het raam. Klanten hoor je te beschermen. Bovendien hoor je ze eerst netjes te vragen of ze er bezwaar tegen hebben dat hun betaalgegevens openbaar worden gemaakt. Waar blijft die behoudende bankier? De bankier die zich bezighoudt met het bankvak, namelijk: rekeningen en effectendepots beheren, spaargeld aantrekken, kredieten en hypotheken verstrekken, het betalingsverkeer regelen en dat alles ordentelijk bewaken en administreren, zonder risico te nemen en ondertussen het eigen vermogen te laten groeien. Zo betrouwbaar als de bank moet weer een gezegde worden waar elke burger een goed gevoel bij krijgt. Een bank moet discretie uitstralen, boven de partijen staan, ons economisch geweten zijn. Om maar weer een cliché te gebruiken: schoenmaker blijf bij je leest. Als we willen dat ons aankoopgedrag opgetekend wordt, dan nemen we wel een bonuskaart bij AH.

Ben jij al contactloos

Banken worden hoe langer hoe meer als een soort Facebookvriend, iets virtueels waar je je geld hebt staan en waar je betalingen of beleggingen doet via je computer, of via de o zo handige maar o zo levensgevaarlijke betalingsapp op je smartPhone. ‘Participatiesamenleving’ was het woord voor 2013. ‘Contactloos’ is het woord voor 2014. Het is pas goed zolang het maar contactloos gaat.
Onze jeugd heeft geen contact, maar whatsappt terwijl ze naast elkaar op het schoolplein staan. Ik zat laatst bij mijn nichtje aan tafel en die zat te whatsappen met een jongen met wie ze via de datingapp contact had. De conversatie ging als volgt: de jongen: ‘Hé.’ Mijn nichtje: ‘Hoi.’ De jongen: ‘Wat doe je?’ Mijn nichtje: ‘Why ask.’ De jongen: ‘zomaar.’ Mijn nichtje: ‘Oh.’ De jongen: ‘Wat eten samen.’ Mijn nichtje: ‘Moet naar vriendin.’ jongen: ‘O.’ Mijn nichtje: ‘C U.’ De jongen: ‘C U 2.’

De overheid gooit alles over de schutting naar de gemeentes en bezuinigt tevens op het budget, waardoor er ongetwijfeld weer ambtenaren te kort zijn om al die taken naar behoren uit te voeren. De oplossing: contactloos zorg verlenen.

Onze banken lopen voorop wanneer het om het contactloos communiceren gaat. Wie heeft er nog daadwerkelijk contact met de bank. Beleggen en betalen gaat contactloos via de wificontactdoos. De regels voor als je je geld kwijt bent doordat een of andere hacker ermee vandoor is, worden zachtjesaan scherper en de verantwoordelijkheid bij de consument neergelegd. Het zijn de banken zelf die een levensgevaarlijke manier van contactloos betalen en pinnen via een app op de smartPhone aanbieden. Terwijl de banken nalatigheid moeten bewijzen, moet de consument steeds vaker een advocaat in de arm nemen om aan te tonen dat van nalatigheid geen sprake is. Vooral de RABO heeft daar een handje van, toegegeven, dat is ook eigenlijk geen bank, het blijft een wazig niet beursgenoteerd natuurverschijnsel. De SNS en de ABN-AMRO zijn al niet veel beter, het zijn eigenlijk failliete boedels die door de belastingbetaler overeind gehouden worden. Eigenlijk is de enige behoorlijke bank in Nederland, onze nationale trots, de ING. Mede doordat ING miljarden in de staatskas heeft gestort, kon de SNS overgenomen worden en het verlies dat we straks binnenhalen bij de beursgang van ABN-AMRO verzachten. Bovendien heeft ING ervoor gezorgd dat we niet nog meer moeten bezuinigen. Ere wie ere toekomt.

Maar ik dwaal weer af. In plaats dat er steeds stringentere maatregelen komen om de veiligheid van ons saldo te waarborgen, komen er juist steeds meer producten op de markt die het tegenovergestelde doen, bijvoorbeeld met de contactloze betaalpas. Daarmee kunnen we tot € 25,-  betalen in winkels door je pasje tegen het alziend elektronisch oog te houden. Het lijkt wel of we ons geld eerst veilig wisten achter een stevige kluisdeur, maar waarin zonder dat het ons gezegd wordt kleine deurtjes gemaakt worden waardoor we onze armen kunnen steken om makkelijker bij ons geld te kunnen, maar ook bij dat van anderen dus. Bij het vernieuwen van je bankpas wordt die kluisdeur al op een kier gezet. Jij als klant/consument moet aangeven dat je de mogelijkheid van contactloos pinnen uit wilt zetten. Mocht je doordat niet te hebben gedaan geld kwijtraken, dan heb je weer onzorgvuldig gehandeld en ben je nalatig, makkelijk zat. ‘U had beter op moeten letten. Het staat allemaal op onze website’. Onder het mom van klantgericht en -vriendelijkheid worden ons producten door de strot geduwd waar je je van kunt afvragen of iemand bij de bank daarvan de gevolgen wel heeft overzien. Nou, geloof mij maar, dat hebben ze natuurlijk allang. Ik ken mijn oud-collega’s. Die zijn om de dooie dood niet dom. Het verleggen van de verantwoordelijkheid gaat gelijk op met het openzetten van de kluisdeur, en met het steeds contactlozer worden van onze samenleving, dan  hoef je ook geen last te hebben van het geweten. Hebben we eigenlijk nog wel een geweten, of wordt dat ook steeds contactlozer? Of werken wij toe naar een autistisering van onze contactloze participatiesamenleving? Het woord voor 2015? Je raadt het al: ‘autistiseren’, maar dan wel contactloos.

Ieder heeft zijn/haar eigen taak

Dat klinkt heel moralistisch natuurlijk, maar wat ik bedoel is het volgende: Je komt tegenwoordig hoe langer hoe meer uitgeverijen tegen die gouden bergen beloven. Ze geven je boek wel even uit en beweren in alle toonaarden dat zij en zij alleen de schrijver alles bieden wat  grote van oudsher gevestigde uitgevers, zoals: De Bezige Bij, Nijgh & Van Ditmar, Van Oorschot en Querido etc. aanbieden.
Vaak onterecht wordt kwaliteit aangeboden zoals het corrigeren van je tekst, een grondige redactie en last but not least wordt ook nog even de promotie van je boek ter hand genomen.
En dat allemaal voor de prijs van…  Ja, je begrijpt het al: het verdienmodel van de betreffende, zogenaamd vernieuwende uitgever is gebaseerd op het zo veel mogelijk uitgeven van boeken en niet op de verkoop van jouw boek. Ze verdienen dus aan de schrijver. Dat ligt bij de reguliere uitgevers wel degelijk anders. Zij beoordelen jou en je manuscript ten minste op de volgende punten:

  1. Ben je  een eendagsvlieg
  2. Past het verhaal in het uitgegeven genre van de uitgeverij
  3. Is het onderwerp niet al uitgekauwd of al verwoord door andere schrijvers (Aan één Tirza hebben wij voldoende en aan een epigoon geen behoefte)
  4. Hoeveel redactioneel werk behoeft het manuscript, met andere woorden: is het schoon of wemelt het van de stijl- en taalfouten
  5. Hoe zijn de commerciële vooruitzichten om het boek succesvol in de markt te
    zetten

En pas als die punten in je voordeel uitpakken, dan word je uitgenodigd voor een gesprek. Daar krijgt je geen gouden bergen aangeboden, maar te horen dat de uitgever wel bereid is in jou te investeren. Dan ontvouwen ze hun marketingplan en vragen of je bereid bent je daarvoor in te zetten. Zeg je ‘nee’ dan is het alsnog einde verhaal. Je zult eraan moeten geloven: signeercessies, bij tv-shows optreden. Je zult moeten accepteren dat je als een nieuw schrijftalent in de markt wordt gezet, ook al ben je nog maar een aankomend, nietszeggend schrijvertje dat nog veel te leren heeft. Je krijgt precies op wat je wel en vooral niet moet antwoorden op vragen van journalisten. Daar moet je allemaal maar tegen kunnen. En dan komt de klap. Er zitten jaloerse elementen bij die op Bol.com je wel even neersabelen. Dat is mij goddank nooit overkomen, maar het kan alsnog. Nog erger is het als een gezaghebbend recensent van NRC of Telegraaf een negatieve recensie afgeeft. Dat wil overigens niet zeggen dat je boeken daarom niet verkopen. Het kan zelfs een stimulans zijn. Kijk maar naar ‘Vijftig tinten’ een BoeketReeksverhaal, maar wel een bestseller.

En dat alles heb je misschien voor ogen als die internetuitgeverijen je die gouden bergen beloven. No way. Onmogelijk.
Zit je bij een kleine uitgeverij, die probeert een voet aan de grond te krijgen, dan loop je tegen allerlei beperkingen aan. Ze beschikken niet over veel kapitaal om de promotie ter hand te nemen en bedienen zich voornamelijk van de social media. Ze vragen een bijdrage in de kosten  – dat doen overigens ‘de groten’ tegenwoordig ook wel –  Ze bedienen zich van de POD-formule (print on demand) en werken met een vaste layout. Een vast ontwerp (eenmaal betaald en op alle boeken van de uitgever van toepassing – zie Booklight) in combinatie met lage productiekosten, zonder het risico te lopen met een oplage van bijvoorbeeld 500 boeken te blijven zitten, is alleen maar efficiënt .
Maar het echte probleem bij een kleine uitgeverij, eenvrouws- of eenmanszaak,  komt uit een heel andere hoek. De ondernemer verliest zich in het uitgeven van boeken en vergeet de uitgeverij te promoten en onder de aandacht van de media te brengen. Hij of zij zit daarentegen stapels weg te werken. Doet veelal alles zelf: de eerste acceptatie van een manuscript, de correctie, het zetwerk en daarnaast ook nog eens alle bijkomende werkzaamheden van administratieve aard.

Uiteraard bieden zich veel zzp’ers aan die de nieuwbakken uitgever wel even voor een zacht prijsje uit de brand willen helpen, zoals redacteuren en correctoren. Maar die werken ook vaak alleen. En een kwalitatief goed boek is ten minste langs 3 redacteuren geweest. Daar ga je al. Dat kan nooit bij een kleine uitgever.
Zoals de kop van deze blog al aangeeft ‘Ieder heeft zijn/haar taak’, is de primaire taak van de uitgever het aan de man brengen van boeken, niets meer en niets minder. Al het overige werk moet hij of zij uitbesteden aan anderen. De taak van de schrijver is: boeken schrijven en van tijd tot tijd op komen draven op evenementen, eventueel lezingen geven over het onderwerp waarover hij/zij heeft geschreven, of om gewoon een leuk boekenpraatje te houden. Kortom je moet als schrijver niet zelf langs Bruna, AKO, en andere grote boekhandelketens hoeven gaan. Ook niet bij de boekenredacties van de grote kranten en tijdschriften. Die taak ligt bij de uitgever.

Daarom zijn de grote uitgeverijen zo terughoudend, omdat zij als geen ander beseffen wat er bij het uitgeven en vooral het verkopen van boeken komt kijken. Dus uitgevers die beweren dat ze voor  een bedrag van ver onder de € 1.000,- je boek wel even uitgeven, beperken zich uitsluitend tot het op de markt brengen van je boek. Ben je bereid tussen de € 5.000,- à € 8.000,- te betalen, kun je meer verwachten, en dan nog blijft het ‘eigen beheer’ en daar rust nog steeds, onterecht overigens, een vloek op. Een goed voorbeeld van een sterk boek in eigen beheer is dat van Rosa Millers ‘Scot Bloom en de dochters van Chenchen, uitgegeven door Brave New Books. Maar daar had toch ook een corrector nog wat kleine tikfoutjes gevonden. Daar zit altijd het grote probleem bij de kleinere uitgevers en de uitgevers in eigen beheer. Toch is Rosa Miller een aanrader en een getalenteerd schrijfster. http://rosamiller.com/

Een mooi initiatief op het gebied van het uitgeven is de nieuwe uitgeverij Rheia. Om te beginnen hebben zij een prachtige website: http://www.uitgeverijrheia.nl/ . Ze hebben alle disciplines zelf in huis of die ingehuurd. Zowel het uitgeefproces als ook de marketingtechnische en de commerciële aspecten zijn kwalitatief goed van opzet. Ik verwacht veel van deze uitgever, die kwalitatief zich lijkt te kunnen meten aan ‘de groten’.

Toch blijf ik van oordeel dat een uitgever moet verkopen en de auteur moet schrijven. En bij wie je het financieel risico neerlegt doet daar niets aan af.

Overheid eet hapje mee van Voedselbank

11 februari 2014 – Gister zat ik bij de notaris om mijn goededoelenstichting op te richten. Dat had ik jullie beloofd, toch. Nou, toen ik weer buiten stond was ik een ervaring rijker en een illusie armer, ik kon mij wel voor mijn kop slaan. Ik de sluwe vos die altijd wel iets wist te verzinnen om de belasting buiten de deur te houden. Ja, voor anderen, voor mijn vroegere klanten, maar voor mijzelf…

Wat is het geval:
Als je in Nederland inkomsten genereert uit het schrijven van een boek, dan is dat belastingplichtig, in mijn geval eet de belasting voor 52% mee. Daar heb ik niets op tegen. Maar als je besluit om die inkomsten door de uitgever op te laten sparen en aan het eind van het jaar rechtstreeks aan een goed doel te doneren, dan zegt de belasting: ‘Hoho mag ik misschien eerst even afrekenen.’ Van elke duizend euro eigent de overheid zich € 520,- toe, terwijl diezelfde overheid in het geval van de Voedselbank de subsidiekraan dichtdraait, de verantwoordelijkheid bij de particulier over de schutting gooit, en als dat dan door de kleine particulier, waar ik er één van ben, wordt opgepakt, bespaart de staat niet alleen geld door geen subsidie meer te verlenen, maar verdient hij er nu aan. Stel dat de overheid eerst aan de Voedselbank één miljoen subsidie verleende, wat door veel particulieren, die in de hoogste belastingschijf vallen, gezamenlijk wordt overgenomen, vloeit er zomaar € 520.000,= in de staatskas.

Er is maar één escape mogelijk, namelijk: als je voor vijf jaar een vaste verplichting aangaat met een instelling om jaarlijks een vast bedrag te doneren. In mijn geval zou ik die verplichting met de Voedselbank aan moeten gaan. Maar de opbrengst van boeken is meestal geen gestage stroom. Het kan sterk variëren. Baseer ik mijn donatie op een piekopbrengst van een enkel jaar, en de opbrengst in de overige jaren valt zwaar tegen, heb ik mij vastgelegd op dat hoge bedrag. Kortom, als je  niet uitkijkt, kun je er dus failliet aan gaan en kom je zelf bij de Voedselbank terecht. Stel ik de donatie te laag, zo laag dat ik zeker weet dat ik dat bedrag met de schrijverij verdien, volgt over het meerdere alsnog een aanslag van de inkomstenbelasting.

Is een stichting dan de oplossing? Nee, dat is het niet. Waarom niet? Heel simpel. Het schrijven van boeken kan namelijk nooit als een activiteit van de stichting gezien worden, en zeker niet achteraf. Ik had van het begin af aan een stichting moeten oprichten, met als doel schrijvers aannemen die tegen een vergoeding romans schrijven over een bepaald onderwerp, die boeken als stichting uitgeven en de opbrengst doneren aan de Voedselbank. En zelfs dan was het nog de vraag of de belastingdienst daar niet doorheen prikt. Ik zou namelijk de enige schrijver in de stichting zijn geweest, dat zou zeker vragen hebben opgeroepen.

Wil je de zaak écht dichttimmeren dan móét je de wet wel ‘ontwijken’ en verval je in schimmige offshoreconstructies met limiteds op de Virgin Islands, waar moraliter veel op valt af te dingen, maar was dat in dit geval in ethisch opzicht niet een betere weg geweest…  Die weg is nu uiteraard voor mij onbegaanbaar, omdat ik al een weg ben ingeslagen. Het doneren van mijn royalty’s is pas later in mij opgekomen. Dat zullen sommigen stom vinden, maar er zullen er ook zijn die het gebrek aan berekening kunnen waarderen.

In de Verenigde Staten is de doneercultuur al veel langer ingeburgerd, daar is fundraising met de paplepel ingegoten. Wanneer onze kleinsteedse overheid zaken over de schutting gooit, moet die ook de belastingwetgeving daarop aanpassen. Met een simpele wetswijziging zijn we er al. Bijvoorbeeld door te bepalen dat verworven inkomsten die nimmer daadwerkelijk op de rekening van de donateur hebben gestaan en rechtstreeks worden overgemaakt naar een Stichting met de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling) vrij van belastingheffing zijn. Dat is even simpel gezegd waar we naartoe moeten, aan de overheid dat nader uit te werken om misbruik uit te sluiten.

Stoppen of doorgaan:
Ik wil positief eindigen. Natuurlijk ga ik gewoon door met mijn actie, alleen zal de opbrengst van mijn boeken eerst door twee gedeeld moeten worden en dan pas naar de Voedselbank kunnen. Grofweg is het streven om € 2,50 per boek over te maken aan de Voedselbank. Dat kan alleen wanneer de boeken via de uitgever Booklight worden besteld. Zie ook mijn Facebookpagina: http://facebook.com/thomson.goededoel De formule om zo veel mogelijk op te halen is: liken, fb-vrienden uitnodigen, delen, kopen. Kortom: gebruikmaken van de olievlekwerking. Geen ingewikkelde infrastructuur om een goed doel op te zetten, maar gewoon door met een paar klikken een leuk boek te bestellen draag je al bij om het leed van velen te verzachten. Dat is toch geweldig! We laten ons niet weerhouden door een lijkenpikkende overheid.

Een eerlijk oordeel, meer vraag ik niet

Van een van mijn goede vriendinnen kreeg ik de schoorvoetende opmerking: ‘Robert je pakt het verkeerd aan.’ Daarmee doelde ze op mijn actie om via de verkoop van mijn boeken de Voedselbank te steunen. Haar stelling is: je bent een bankier en daarom wantrouwt iedereen je. Ze denken: jaja, eerst je zakken vullen en nu een beetje mooi weer spelen, fuck you! Dat ze gelijk heeft blijkt wel uit de bedreigingen die ik de laatste tijd mag ontvangen.
Ik zou een vuile stinkbankier zijn die eerst zijn eigen bonus maar aan de Voedselbank moet geven alvorens bij anderen te gaan bedelen. Weer een ander wenst mij een acute armoedeval toe en hoopt dat ze mij bij de Voedselbank gif te vreten geven, zodat ik ‘de moord steek’. Er zijn er ook bij die zeggen mij op te wachten en mij dan mijn vuile bonuskop van mijn romp trekken. Vrij lachwekkend, maar het geeft wel aan hoe diep de gevoelens liggen.

Who the fuck is Thomson en wat denkt hij wel, arrogante klootzak. En ze hebben gelijk. Maar in één ding hebben ze geen gelijk en dat is waar het mijn vermeende rijkdom betreft. Ik ben gewoon een middenmoter, die omdat zijn afdeling werd opgeheven van zijn werkgever een regeling heeft meegekregen om het, zij het met minder dan voorheen, tot aan zijn pensioen uit te zingen. Desalniettemin verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik niet van de Voedselbank afhankelijk ben. Ik had de eerste 38 maanden me kunnen melden bij het UWV voor een ww-uitkering, maar dat vond ik ongepast en onethisch. Die uitkeringen zijn voor mensen die het echt nodig hebben, dat is wat anders dan volgens de wetgeving er recht op hebben en er daarom ook maar gebruik van te maken.

In de jaren tachtig was ik daadwerkelijk bankier. In de toenmalige crisis, ik was toen 32, werd mij gevraagd om een aantal kantoren te saneren. Die kantoren hadden zich schuldig gemaakt aan het ongebreideld verstrekken van leningen aan het bedrijfsleven. Ik was verantwoordelijk voor de sanering. Die periode bleek dat ik mentaal anders in elkaar zat dan ik wel dacht. Ik zag toen hoe de zachte heelmeesters in het verleden stinkende wonden hadden gemaakt, veelal doordat zij het eigenbelang daarbij niet vergaten, of zelfs vooropstelden. Ik werd er kotsmisselijk van en heb na vier jaar mijn oude baan van hoofd kredieten op mijn oude goedlopende kantoor teruggevraagd. Ik moest bijkomen van een maagkanker, die ik naar mijn stellige overtuiging door al dat machineren van de afgelopen jaren had opgelopen.

Maar mijn oude, vertrouwde baas die mij het vak had geleerd ging weg. Er kwam een nieuwe, ik kende hem. Hij wilde groei en hij zou weleens laten zien dat het rayon wel degelijk nog potentieel had. Ondanks mijn waarschuwingen verstrekte hij miljoenen aan bedrijven die hun lening nooit meer konden terugbetalen. Ik weet wat daarbij zijn drijfveer was. Misschien schrijf ik er ooit nog eens een boek over. Neuh, beter van niet!

Om een lang verhaal kort te maken, ik ben dus maar een heel gewoon mannetje, dat veel gezien heeft en daarom heel goed weet waar het in de maatschappij aan schort. In de jaren negentig besloot ik te stoppen met bankieren. Ik besloot om medewerker IT te worden. Dat heb ik jarenlang met veel plezier gedaan. Mijn vroegere collega’s wilden mij niet meer kennen. Zij, die nog niet om dwingende redenen waren ontslagen, vonden dat ik was afgegaan als een reiger omdat ik zulk prutswerk deed. De personal computer deed toen pas zijn intrede op de kantoren. Ik schoolde me bij op het gebied van de informatica.  Algauw wist ik doordat ik altijd in leidende functies had gezeten het aantal pc’s uit te breiden tot één op één per medewerker.
In de tweede helft van de jaren negentig kon ik het toch niet laten en schreef een brief aan de toenmalige raad van bestuur, die ik erop wees dat zij met hun gekunstelde hypotheekproducten niet alleen een groot risico binnenhaalden, maar ook door hun onverantwoord hoge financieringen de huisprijzen opdreven. Dat werd mij hoogst kwalijk genomen. Men gaf mij te verstaan dat men geen prijs stelde op negatieve uitingen ten aanzien van het beleid en dat ik mij daarvan moest onthouden.

Ik ben uiteindelijk geëindigd met een kleine afdeling die verantwoordelijk was voor het landelijk functioneel ontwerp telefonie op de kantoren. Met nog twee collega’s runden we die afdeling en zorgden we gezamenlijk voor de implementatie van nieuwe telefoonsystemen die door de KPN werden geplaatst. Nooit hebben wij daar ooit een bonus voor gevangen of smeergeld getoucheerd. De samenwerking met de medewerkers van KPN was er een die gebaseerd was op wederzijds respect en vertrouwen. Ook droegen wij het dienstbaar zijn aan de wensen van de medewerker op de werkvloer hoog in ons vaandel. Wij waren als enige hoofdkantoorafdeling laagdrempelig en wars van de inmiddels gangbare formulierenstroom om iets aan te vragen of gedaan te krijgen. Gelukkig had ik de laatste jaren een baas die daar net zo over dacht en ons vaak als voorbeeld stelde ten opzichte van andere afdelingen.

Dat ik een bankier zou zijn die zich volgevreten zou hebben aan smeergeld, bonussen en onterechte regelingen is dus helemaal niet waar. En dat geldt voor de meeste bankmensen. De overgrote meerderheid doet gewoon zijn of haar werk. Er zijn enkele narcistische types die het eigenbelang vooropstellen, dat is zeker waar. Banken zijn nog niet waar ze zijn moeten, de bankenunie is een stapje, met de nadruk op ‘je’, in de goede richting. De solvabiliteitsnorm van 4% hard eigen vermogen is slechts een beginnetje, 40% komt meer in de richting, maar dat krijg je niet in een paar jaar voor elkaar zonder de economie te schaden. De behoudende, integere bankier moet weer terug in de ceo-zetel. Daar moeten we weer naartoe. Dat betekent ook een extra verantwoordelijkheid voor overheden, en daar wringt de schoen nog wel wat. Die verantwoordelijkheid is nog vaak ver te zoeken. Men rommelt wat in de marge. Daarom moeten we met z’n allen kritisch blijven.

Dat ik nu met mijn actie begonnen ben om via de verkoop van mijn boeken de Voedselbank te steunen is omdat ik juist géén bekende Nederlander ben, en als ik niets gezegd zou hebben en zonder ophef de opbrengst van mijn boeken over zou maken naar de Voedselbank, er maar een zeer beperkt bedrag beschikbaar zou komen om te doneren. Ik promoot mijn boeken, niet om er zelf beter van te worden, maar om een bijdrage aan de samenleving te leveren waar dat het hardst nodig is.  http://www.facebook.nl/thomson.goededoel
Wanneer men het nodig acht om mij haatmails te blijven sturen en bedreigingen aan mijn adres te uiten, dan zal ik die terzijde leggen. Ik heb mijn best gedaan open en eerlijk te communiceren om een eerlijk beeld van mijzelf te geven.

Dank dat jullie de moeite genomen hebben even met mij mee te willen lezen.